Spelles Pasen

paashaasmetei01

Spelles Pasen

Dit heb je nodig:

  • plastic eieren
  • rieten mand
  • oren van de paashaas, zou ook een diadeem met oren kunnen zijn
  • hoepels
  • eventueel een blinddoek

Voorbereiding:

  • Leg verspreid door de ruimte hoepels neer.

Inleiding:

Springen:

Bedenk met de kinderen verschillende vormen van springen. Springen als een kikker, springen als een sprinkhaan, springen als een haasje etc.  Juist nu je deze les rond de Pasen doet, leg je de nadruk op springen als een paashaas. Kinderen kunnen hierbij ook over de hoepels springen. Je zou dit ook de manden van de paashaas kunnen noemen.

Kern 1:

Kinderen staan in een kring, één kind (paashaas) staat met een eiermand midden in de kring. De kring draait linksom en de paashaas loopt rechtsom. Als er gezongen wordt “zal ik die eieren geven” blijft de kring en de paashaas stilstaan. De tekst geeft hier dan aan wat de paashaas in de kring moet doen. Het kind dat gekozen wordt door de paashaas moet wel midden in de kring komen staan en de handen worden dan geschud. De gekozen leerling wordt nu de paashaas en het spel herhaalt zich.

Ik heb een mooie eiermand aan wie zal ik die geven? Aan wie het dichtste bij me staat zal ik die eieren geven.
Dag schone vrouw, geef mij die hand van jou, deze eieren zijn voor jou, dag mevrouw.

eierletters

Kijk ook bij kringactiviteiten bij Pasen voor meer suggesties met de eieren.

Kern 2:

Tikspel

Alle kinderen krijgen een ei. Kies een tikker, dit is de paashaas, zet de paashaas oren op zijn/haar hoofd en een mandje in de hand. De tikker mag gaan tikken, wie getikt is, doet het ei in de mand bij de paashaas en gaat op de bank zitten.

Je maakt het spel iets moeilijker als de kinderen die getikt zijn op de grond gaan zitten. Hierdoor krijg je een tikspel met hindernissen.

Afsluiting:

De kinderen zitten in een kring. In het midden liggen een aantal eieren in een hoepel. Een kind (paashaas) zit achter de eieren en telt hoeveel eieren er zijn. Het kind in het midden doet de ogen dicht of blinddoek voor. Laat één of meerdere kinderen er een ei bij weg pakken. Vraag dan aan de paashaas hoeveel eieren er weg zijn. Het kind opent zijn ogen en kijkt hoeveel eieren er nog liggen. Herhaal dit een aantal keer met verschillende kinderen.

Deze opdracht is voor veel kleuters nog erg lastig, pas het aantal eieren aan dat bij jou groep past. Voor de jongste kleuters kun je ook een aantal gekleurde eieren nemen, bv. rood, geel, blauw, oranje en paars. Laat nu één van de kinderen een ei weg pakken en laat de paashaas zeggen welke kleur er weg is.