Lesmateriaal review: Emotie in het spel

Lesmateriaal review: Emotie in het spel

Misschien heb je dit ontwikkelingsmateriaal ook gezien op de NOT. Inmiddels weet ik dat dit spel uniek in zijn soort is. In deze recensie zal ik je vertellen waarom.

Emotie in het spel is het eerste ontwikkelingsmateriaal van de firma Rolf dat in een kartonnen uitvoering zit. Dat is al uniek te noemen want Rolf maakt altijd ontwikkelingsmateriaal in mooie houten kisten. Maar wat dit spel vooral uniek maakt, is dat het zich richt op de emotionele ontwikkeling van een kind in plaats van de cognitieve ontwikkeling. Het spel heeft ook niet als doel dat er een winnaar overblijft, integendeel. Het is een spel ontwikkeld om samen te spelen, een groepsgevoel te creëren en je leert je kinderen er een stuk beter door kennen!

Achtergrondinformatie
Emotie in het spel is een ontwikkelingsmateriaal voornamelijk gericht op het uiten van emoties en het openstaan voor de emoties van anderen. Het spel is gebaseerd op de acht intelligenties van Howard Gardner. Deze Amerikaanse psycholoog is vooral bekend geworden door zijn theorie over meervoudige intelligentie. Volgens hem is de vraag: “Hoe intelligent is een kind?” niet de juiste. Hij vraagt: “Hoe is een kind intelligent?”. Hij gaat uit van de volgende intelligenties (de schuin geschreven intelligenties komen voor in ‘Emotie in het spel’):

Intelligenties
1. verbaal-linguïstisch
2. logisch-mathematisch
3. visueel-ruimtelijk
4. muzikaal-ritmisch
5. lichamelijk-kinesthetisch

6.  naturalistisch
7.  interpersoonlijk
8.  intra-persoonlijk

De kern van het verhaal van Howard Gardner is dat je niet zo intelligent bent als een IQ-test je doet geloven, maar dat er veel meer aspecten je intelligent maken. Als je laag op een IQ test scoort, betekent dit volgens Gardner dus niet dat je niet intelligent bent. Het betekent alleen dat je niet verbaal/linguïstisch, logisch/mathematisch en/of visueel/ruimtelijk intelligent bent. Op één van de andere manieren kan je wel erg intelligent zijn en heel erg uitblinken en daardoor zelfs heel succesvol worden.

(Ben je benieuwd naar jouw meervoudige intelligentie? Je kan je eigen meervoudige intelligentie testen op deze site.)

Maar nu weer terug naar ons spel. Want hoe werkt het nou in de praktijk?

In de praktijk
Het spel maakt gebruik van vier basisemoties: bang, boos, verdrietig en blij. De kaartjes liggen gesorteerd op een stapel. Vier kinderen lopen steeds met één en dezelfde pion en de dobbelsteen gaat van 1 tot en met 3 stippen. De kinderen mogen om de beurt gooien en lopen met het poppetje. Om de beurt blijft voor kleuters trouwens wel moeilijk. Het principe met de klok mee snappen zij nog niet goed. Ze komen na het gooien op verschillende gezichtjes (emoties), een hartje of een pluim terecht. Zodra ze op een emotie komen pakken ze een zelfde kaartje en draaien dit om. Achterop het kaartje staat een opdracht. In de handleiding is dit in een heel overzichtelijk schema vertaald. Hieronder een voorbeeld van een aantal opdrachten:

Bij het potlood moet het kind zich uiten d.m.v. een tekening en bij de trommel d.m.v. muziekinstrumenten of zingen. Het poppetje geeft aan dat het kind een voorbeeld van bang, boos, verdrietig of blij moet geven met zijn lichaam en bij het mondje moeten ze iets vertellen. Verder heb je nog situaties: hierin moeten kinderen iets vertellen wanneer ze bang, boos, blij of verdrietig waren met dieren, eten, in bed, op televisie, of in huis.

Het kind dat heeft gegooid mag lopen met het poppetje en geeft het kaartje aan een ander kind. In de praktijk heb ik niet altijd voor deze opzet gekozen. Ik liet vaak het kind dat gooide ook het emotiekaartje behandelen. Dit deed ik omdat bleek dat ze het kaartje vaak aan hetzelfde kind gaven. Soms deed er een begeleider mee en die kreeg dan vervolgens steeds het kaartje. Als de kinderen op een hartje komen dan gaan ze als groep samen iets doen. In mijn klas was dat voornamelijk de high five en de kinderen vonden het heel leuk als ze dat mochten doen. Ze zaten de stapjes te berekenen die ze moesten gooien om op het hartje te komen. Andere voorbeelden die de handleiding geeft voor de groepsactiviteit is: knuffelen, applaudisseren, in canon zingen. Een groep meisjes deed ook een dansje met elkaar in mijn groep.

Aan het eind van het spel komt het poppetje op de pluim. Elk kind pakt een pluim en het is de bedoeling dat de kinderen elkaar complimentjes geven. Het is dus belangrijk dat de kinderen weten wat dat is. Ik heb het spel in de kring geïntroduceerd. Dat was niet alleen verstandig maar ook nog eens heel leuk om te doen. Alle kinderen waren dolenthousiast en wilde vervolgens allemaal het spel spelen in de werktijd. In andere klassen wilde niet iedereen het spel spelen. Er was een meisje dat zich juist helemaal niet wilde laten zien. Ze moest aan haar lichaam laten zien dat ze boos was maar ze weigerde pertinent! Tja, dat was ook lastig voor de juf, want wat doe je dan in zo’n geval. Deze leerkracht had behoefte aan een leeg kaartje op dat moment. Het kind kon dan zelf kiezen welke emotie op welke manier te tonen. De handleiding adviseert je overigens om het spel te hervatten, je respecteert het kind en misschien lukt het een volgende keer weer wel.

Ik had zelf een aantal keer de situatie dat kinderen het af deden met: “dat weet ik niet”  Ik had het gevoel dat ze het wel wisten maar niet goed onder woorden konden brengen. Anderen zeiden het echt om er vanaf te zijn. Een tweede keer het spel spelen is daarom echt aan te raden. Vaak lukt het dan beter omdat ze weten wat de bedoeling van het spel is. Er waren gelukkig ook kinderen die zich uitstekend konden uiten. Hieronder een paar van de leukste of de meest ontroerende uitspraken:

Vraag:   Waar ben je bang voor op de televisie?
Antwoord: Nergens!
Vraag:  Echt nergens voor?
Antwoord: Ja toch! Dat ‘ie stuk gaat!

Vraag:  Waar ben je bang voor?
Antwoord: Nergens!
Vraag:  Ook niet voor spoken?
Antwoord: Alleen als ze echt zijn!

Vraag:   Wanneer lig je wel eens in bed en ben je verdrietig?
Antwoord: Ik was verdrietig in bed toen mama vertelde dat oma niet meer beter werd.

Conclusie
De kinderen vinden dit een heel leuk spel. Je merkt dat ze nader tot elkaar komen en zich echt met elkaar verbonden voelen. Ik moet zeggen dat ik als leerkracht in de eerste plaats het gevoel opzij moest zetten dat het meer een gezelschapsspel was. Je bent toch geneigd meer het cognitieve aspect van het kind te toetsen tijdens de werkles. De emotionele kant van een kind bekijk je in situaties als buiten spelen of oefen je met drama activiteiten.

Maar nu is er dus ook een manier om tijdens je werkles te werken aan het uiten van de emoties. Het spel is niet uit de lucht gegrepen, het voldoet aan de kerndoelen van het primair onderwijs. Het is doordacht, en het biedt voldoende ruimte voor eigen regels of interpretatie. In de handleiding staan veel suggesties en een uitgebreide uitleg over de pedagogische waarde van het spel.

Het is zeer geschikt voor kleuters, groep 3 en de zorg. Het blijkt wel dat oudere kinderen het vaak wel moeilijker vinden en sommige kinderen vinden het kinderachtig. Wat het zeker aantrekkelijk maakt om het aan te schaffen is de prijs van het materiaal. Door de kartonnen doos was het mogelijk om de prijs laag te houden, je betaalt net geen 72 euro voor de doos. Dat is natuurlijk niet de voornaamste reden om het aan te schaffen, maar het helpt wel!

Ik vind “emotie in het spel” een waardevol instrument. Naast het uiten van de emoties, leren de kinderen begrip voor elkaar op te brengen en je merkt dat ze zich steeds meer bloot durven geven. Begeleiding is voor een eerste spelronde zeker aan te raden, maar uiteindelijk kunnen vooral de oudere kleuters dit spel ook alleen spelen. Mijn tip: speel als leerkracht ook zeker een keer mee. De kinderen vinden het prettig dat horen dat jij ook wel eens bang, boos, blij of verdrietig bent. Toen ik vertelde dat ik bang was voor slangen, toen zei een kind: “Maar juf, die zit toch achter glas!”

Deel dit bericht: