|

 |
Idee 1:
Lesje logiblokken.
Met de logiblokken zijn oneindig veel dingen te
doen, in de klas tijdens een kringactiviteit. Hier heb je een aantal
suggesties.
- maak met de kinderen telkens een selectie. Zijn
de blokken allemaal hetzelfde? Nee natuurlijk niet. Wie kan er een
verschil opnoemen? Een kind kan dan zeggen; er zit verschil in
kleur, vorm, grootte en dikte. Wat het kind opnoemt ga je
behandelen. Zegt het kind bijvoorbeeld kleur, dan ga je eerst de
kleuren bij elkaar zoeken. Zodra je dat gedaan heb, zeg je dat ze nu
allemaal op kleur liggen, maar zijn er nog meer verschillen? Zo ga
je door totdat je alle vier begrippen gehad hebt.
Idee 2:
- Maak op de grond (op je mat of een stuk karton)
een reeksenketting. Dat kan dus weer met kleur, dus bijvoorbeeld;
blauw, geel, rood, blauw, geel, rood etc.
dik - dun, dik -dun.
groot - klein, groot - klein
rond - vierkant -rechthoek - driehoek
dik - dun, groot -klein
Idee 3:
- Leg alle logiblokken op de mat, en hussel ze
flink door elkaar. Geef elk kind in de klas een logiblok. Je gaat nu
een spelletje doen. Alle kinderen met een rode blok gaan nu staan.
Alle kinderen met een dik blok gaan nu staan. Alle kinderen met een
geel dun blok gaan nu staan. Het is dus een leuk afsluitingsspel,
maar het is wel opletten geblazen voor de kleuters!
Idee 4:
- Laat bij je plaatselijk doe-het-zelf zaak,
hardboard plaatjes zagen van acht bij acht centimeter. Download deze
kaartjes hier onder, print ze uit en plak ze op de hardboard
plaatjes. Plastificeer ze met boeklon. Plak de plaatjes op de ruwe
kant!!
download hier vormen 1 (119
kb)
download hier vormen 2 (140
kb)
Met deze kaartjes kan je alle kanten op, maar het
belangrijkste is toch wel: het bespreken van de kaartjes. Nou, met
de kleuren is dit niet zo moeilijk en dit heb je dan ook zo gedaan.
De kaartjes van de vormen is ook te doen. Maar met de andere
kaartjes is het even opletten. Het dikke meneertje is natuurlijk om
aan te geven dat we de dikke blokken zoeken. Het dunne meneertje is
voor de dunne blokken. De muis is voor de kleine blokken en de
olifant voor de grote. Als je vier symbolen gebruikt, bijvoorbeeld:
rood, klein, dun, vierkant
Dan kan het dus maar 1 blok zijn. Maar begin klein bij 1 kaartje, ga
dan naar 2, en 3, en daarna na 4.
Idee 5:
- Geef alle kinderen in de kring een logiblok. De
doos hoeft niet helemaal leeg te zijn, maar zorg er wel voor dat je
van alle vormen, kleuren, diktes en groottes wat hebt uitgedeeld.
Leg nu 2 kaartjes op de mat, bijvoorbeeld blauw en dik. Zeg dat alle
kinderen met een dikke blauwe logiblok deze in een rij onder de
kaartjes neer moeten leggen. Daarna maak je bijvoorbeeld een rijtje
met rode dunne logiblokken. Dan doe je nog een rijtje met geel. Dan
ga je kijken welke blokken er nog bij de kinderen zijn, en vraag je
de kinderen welke kaartjes ze moeten neerleggen.
Idee 6:
Idee 7:
- vouw een A-4tje zodat je negen gelijke vlakken
krijgt en laat de kinderen in elk vlak een ander logiblok natekenen.
Dus een gele driehoek, een blauwe driehoek, en een rode driehoek.
Een geel vierkant, een blauw vierkant en een rood vierkant etc. of
download hier het vormendiagram voor oudste kleuters. Met uitleg
moeten ze hier uit komen. Maar het is een lastige! Vormendiagram 1
is zonder kleuren. Die moet je er zelf intekenen, maar anders is
deze zo lastig te kopiëren.
Idee 8:
Maak vormen van karton of neem de omtrekfiguren
van Maria Montessori. Leg de vormen onder een doek in de kring. Laat
de kinderen één voor één voelen onder het doek en laat ze zeggen wat
ze voelen. Een andere optie is dat ze de vorm die ze voelen
natekenen op het bord en de andere kinderen laten raden welke vorm
het was.
Idee 9:
Maak van een kleurplaat een puzzel door er
lijnen op te zetten. Je kunt vierkantjes maken of juist gekke
vormen.
|

|