Terug naar Sinterklaas

Sinterklaas kringactiviteiten

begrippensc01

Begrippenkaarten:

Je hebt nodig:

Voorbereiding:

  • Print de download van de begrippenkaarten uit en lamineer de kaarten.

Aan de slag:

Je kunt deze spelsuggesties in de grote of kleine kring of tijdens de werkles uitvoeren.

  • Laat de kinderen de kaarten in een logische volgorde neerleggen.
  • Print de kaarten twee keer uit. Lamineer van een set de vellen in zijn geheel en knip de andere kaarten los. Laat de kinderen steeds hetzelfde plaatje op de kaart leggen.
  • Print de kaarten twee keer uit en speel memory.
  • Print de kaarten twee keer uit en knip alle kaarten los. Leg een volgorde neer en laat de kinderen deze volgorde naleggen.
 chocolettersscreenshot00

Chocoladeletters:

Je hebt nodig:

Voorbereiding:

  • Print de download van de chocoladeletters uit en lamineer de kaarten.

Aan de slag:

Je kunt deze spelsuggesties in de grote of kleine kring of tijdens de werkles uitvoeren.

  • Print de kaarten twee keer uit en laat de kinderen dezelfde letters bij elkaar zoeken.
  • Neem het knipvel en laat de kinderen woorden namaken met behulp van de stempelkaarten. Ze kunnen natuurlijk ook hun naam maken van chocoladeletters.
  • Laat de kinderen van klei de letters namaken. Je kunt zelf ook makkelijk bruine klei maken. Kijk op de site van collega Bianca van Lespakket voor het recept.
  • Je kunt ook van brooddeeg de letters na laten maken. Verf daarna de letters en plak de kaarten op lege doosjes. Laat de kinderen de letters in het goede doosje stoppen.

In de speelzaal:

  • Hang de letters op in de speelzaal en speel diverse spelletjes. Laat de kinderen bij hun eigen letter gaan staan. Bij welke letter staan de meeste kinderen?
  • Neem een woordkaart en laat deze aan één kind zien. Het kind holt steeds naar een letter en de overige kinderen maken zo het woord.
cijferkaart05cijferkaart02cijferkaart06cijferkaart03 cijferkaart04

Cijferkaarten met kruidnoten:

Je hebt nodig:

  • download van de cijferkaarten
  • zak met kruidnoten of teldopjes
  • plastificeervellen
  • lamineermachine
  • dobbelstenen
  • 11 kleine jutten zakjes
  • whiteboardmarker
  • stukjes wol

Voorbereiding:

  • Print de download van de cijferkaarten uit en lamineer de kaarten.

Aan de slag:

Je kunt deze spelsuggesties in de grote of kleine kring of tijdens de werkles uitvoeren.

  • Laat de kinderen evenveel kruidnoten naast het cijfer neerleggen.
  • Laat de kinderen één meer naast de kruidnoten leggen.
  • Laat de kinderen één minder naast de kruidnoten leggen
  • Laat de kinderen het cijfer maken door de kruidnoten op het cijfer te leggen.
  • Laat de kinderen het cijfer namaken met kruidnoten.
  • Laat de kinderen de kaarten in de juiste telrij neerleggen.
  • Laat de kinderen de kaarten in de juiste telrij neerleggen. Laat de kinderen de ogen sluiten en haal steeds een cijfer weg. Welk cijfer ontbreekt?
  • Neem de losse kaarten met kruidnoten en laat de kinderen steeds kruidnoten erbij leggen om zo samen tien te maken.
  • Neem de losse kaarten met kruidnoten en plaats deze steeds naast de kaarten met het cijfer.
  • Neem de losse kaarten met kruidnoten en laat de kinderen deze in een rij van veel naar weinig of van weinig naar veel leggen.
  • Neem de losse kaarten met kruidnoten en laat de kinderen evenveel neerleggen. Laat ze met whiteboardmarker het juiste cijfer op de kaart schrijven.
  • Zet een streep met whiteboardmarker op de kaart en laat de kinderen de kruidnoten verdelen / splitsen.
  • Stop 0 t/m 10 kruidnoten in de elf jutten zakjes. Laat de kinderen voelen en de zakjes bij het juiste cijfer leggen.
  • Neem wederom de jutten zakjes en laat de kinderen de inhoud steeds tellen en bij het juiste cijfer leggen.
  • Neem een lege kaart en leg daar een aantal kruidnoten op. De kinderen zoeken het juiste cijfer en leggen deze aan (als domino). Leg daarna weer een aantal kruidnoten op de lege plek en ga zo door totdat de kaarten op zijn.
  • Herhaal bovenstaand spel maar laat de dobbelsteen bepalen welke hoeveelheid er op de lege kaart komt.
  • Verdeel de kaarten van 1 t/m 10 tussen twee kinderen. Geef de cijfers 1 – 3 – 6 – 8 – 9 aan één kind en de overige cijfers 2 – 4 – 5 – 7 – 10 en het andere kind. Laat ze met de dobbelsteen gooien, het aantal stippen geeft aan welke kaarten ze mogen vullen.
  • Verdeel de kaarten zoals hierboven aangegeven. Laat de kinderen gooien met de dobbelsteen. Het aantal stippen op de dobbelsteen geeft aan hoeveel kruidnoten ze krijgen. Het kind dat als eerste precies zijn kaarten vol heeft, is de winnaar.
  • Maak sommen met de kaarten. Leg twee kaarten naast elkaar en leg daarnaast een lege kaart. De uitkomst wordt op de lege kaart gelegd.
  • Leg een kaart vol met kruidnoten, bijvoorbeeld het cijfer 4. Laat de kinderen met stukjes wol of met whiteboardmarker groepjes van 4 maken zonder de kruidnoten aan te raken.
  • Kopieer de kaarten en laat de kinderen met verf de juiste hoeveelheid ernaast stempelen. Ze maken zo een eigen telboekje. Je kunt ook plakcirkels gebruiken.

Woordkaarten:

  • Gebruik de woordkaarten van dit thema en laat de kinderen ze sorteren. Vraag aan de kinderen waarom deze kaarten bij elkaar horen.
  • Geef een beschrijving van een woordkaart en laat de kinderen raden.
  • Leg de kaarten neer op een rij en vraag de kinderen goed te kijken. Daarna doen ze hun ogen dicht, je pakt een kaart weg en de kinderen moeten zeggen welke kaart weg is.
  • Leg de kaarten neer. Noem 3 of 4 woordkaarten en laat de kinderen de kaarten neerleggen in de volgorde zoals jij het genoemd hebt.
  • Sorteer de kaarten op dezelfde beginklank.
Auditieve discriminatie: het op gehoor onderscheid maken tussen klanken, lettergrepen, woorden of zinnen.
Auditieve analyse: het op gehoor uit elkaar halen van woorden in lettergrepen of letters. Uit elkaar halen: hakken. (analyse) In elkaar zetten: plakken. (synthese)
Auditieve synthese: de lettergrepen of letters die afzonderlijk worden uitgesproken, samen plakken in de goede volgorde.
Auditief geheugen: trainen van het geheugen om deze te vergroten.
Auditief taalbegrip: Het begrijpen en goed toepassen van de Nederlandse taal.

Auditieve oefeningen.

Auditief taalbegrip:

De juf zegt een stukje van een zin en de leerling maakt de zin af:

  1. Sinterklaas zegt
  2. De zak is
  3. De rommelpiet
  4. De boot van Sinterklaas
  5. Zwarte piet eet
  6. Het paard
  7. De pepernoten
  8. De liedjespiet
  9. Het cadeau ligt
  10. Het boek
  11. Het speelgoed
  12. Op het dak
  13. Sinterklaas komt
  14. Ik maak
  15. De baard

Auditief discriminatie:
(rijmen is ook auditieve disciminatie)

Wat is het eerste woord dat ik zeg:

zwart         cadeau          boot
sint             paard            schoorsteen
wortel        brief               piet
Spanje       pepernoot     zak
mijter         kruis               sinterklaas

Wat is het laatste woord dat ik zeg:

schoen       zak                zingen
zoet           oorbel           Nederland
nacht         regen            dak
man           varen            lied
computer  peen             chocola

Wat is het middelste woord dat ik zeg:

paraplu    marsepein     koek
piet           staf               moe
gymmen   mooi            tekening
maan       december    veer
pop          muts             broek
Auditief geheugen:

De juf zegt vier woorden en jullie zeggen het na:

maan           baard            straf              veer
chocola       peen             brief              boek
boot             slapen           bakken         paard
piet              dak               staf               goud
koek             laars              oud               zingen
marsepein    mantel          lied                rijmen
lief                sinterklaas    letter              stoomboot
bal               mandarijn     kloppen        huis
rood            mijter            boter             koken
beer             zak               muziek           stout
roe               werk            druk                schoen

Auditieve analyse en synthese:

De juf “hakt” een woord in stukjes door de letters te verklanken. (let op: niet er – ei -em, maar: rrrr- ij -mmm). De kinderen plakken het woord weer aan elkaar door het hardop te zeggen:

p-aa-r-d                           k-oo-p         g-r-oe-n
z-a-k                                ee-t              v-ee-r
m-ij-t-e-r                           l-ie-d            m-u-t-s
sch-oe-n                          z-w-a-r-t       r-ij-m
b-oe-k                             s-n-oe-p       m-a-n-t-e-l
p-ee-n                             s-p-ee-l        b-aa-r-d
p-ie-t                               f-ee-s-t         b-r-ie-f
s-i-n-t                               s-t-a-l           r-oe
r-oo-d                             g-ou-d         r-i-ng
s-t-a-f                              w-i-t             b-r-oe-k
l-aa-r-s                            m-aa-n        k-a-d-o

Rijmen

De zak van zwarte piet ligt in de kring. Maak er een spannend verhaal van. Piet heeft zijn zak laten liggen. Zullen we even spieken, het mag eigenlijk niet toch? Er zit een briefje in de zak, waarop piet vraagt of de kinderen kunnen helpen met rijmen, want piet heeft het veel te druk. De voorwerpen zitten in de zak. Laat de kinderen om de beurt iets uit de zak halen, en leg het voorwerp midden in de kring.

  • touw
  • tak
  • fles
  • boek
  • tas
  • schaar
  • papier
  • etc (wat in de klas te vinden is).

Verwerking:

Download het rijmboek van de downloadpagina en laat de kinderen een rijmwoord verzinnen op elk plaatje. Je kunt de kinderen een andere keer de woordjes onder de plaatjes laten stempelen met behulp van de woordkaarten.

 

Pepernoten verdelen

Pepernoten verdelen:Als je met de kinderen pepernoten gebakken hebt in de klas, kan je een leuke rekenactiviteit met de kinderen doen. Namelijk het verdelen van de pepernoten.Vraag aan de kinderen: hoe weet je nou dat iedereen evenveel krijgt? Hoe moet ik dan verdelen? (iedereen een bakje). Hoeveel bakjes hebben we dan nodig? Laat een paar kinderen de bakjes vullen. Als er pepernoten over zijn, dan hou je die gewoon zelf.

Letter van de week

Letter van de week:Begin de ene week met de letter S van Sint. Maak een S tafel en laat de kinderen spullen van thuis meenemen die beginnen met de S. De andere week kan je de letter P nemen. Maak wederom een tafel met spullen die beginnen met de letter P.Aan het eind van de week leg de spullen op de mat en ga je de spullen sorteren op de s en de p. Zorg dat je de letter hebt uitgeprint. Leg er ook spullen bij die niet met de s of de p beginnen.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.jufsanne.com/thema/sinterklaas/sinterklaas-kringactiviteiten/