|
|
|
 |
Kleurenspel: 8
pagina's met op elke pagina een voorbeeldkaart van een
kleur. Er zijn in totaal 8 kleuren: zwart, wit, grijs,
groen, bruin, oranje, rood en geel. Verder staan er op elk
vel nog 5 plaatjes in zwart-wit afgebeeld. De kinderen
moeten de juiste kleur van het voorwerp aangeven door ze
naast de juiste kleur te leggen. LET OP! Soms is hun
interpretatie wel juist, luister naar hun redenatie! Een
citroen is geel maar misschien zien ze er een limoen in en
dan kan dit plaatje ook bij groen gelegd worden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
Van
groot naar klein: 12
pagina's met op elke pagina 6 kaartjes waarvan de voorwerpen
gesorteerd moeten worden van groot naar klein of natuurlijk
van klein naar groot. Je kan er voor kiezen om een aantal
kaartjes weg te laten om het spel makkelijker te maken. Neem
voor jongere kleuters drie of vier kaartjes. Verschillende
spelletjes zijn mogelijk. Sorteer bijvoorbeeld alle grote of
juist alle kleine. Gebruik je fantasie! |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
Vormenspel: 6
pagina's met op elke pagina een voorbeeldkaart van een
bepaalde vorm. Deze is aangegeven met een dikke zwarte rand.
De gezochte vormen zijn: cirkel, vierkant, cilinder,
rechthoek, ovaal en een driehoek. Bij de vormen horen
kaartjes die dezelfde vorm hebben als het voorbeeld kaartje.
De kinderen leggen eerst de voorbeeldkaartjes onder elkaar
en zoeken dan de juiste vorm erbij. Knip alle kaartjes los,
plastificeer deze en je hebt een nieuw spel voor de jongsten
in je klas. De |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
Begrippen / tegenstellingen:
16 pagina's met op elke pagina 2 kaarten. Het
zijn elkaars tegenpolen. Hang ze op in de klas of knip ze
los en maak er een spel van.
De begrippen zijn: groot-
klein, licht - donker, dik - dun, snel - langzaam, veel -
weinig, heel - kapot, dag - nacht, mooi - lelijk, heet -
koud, hard - zacht, open - dicht, lang - kort, in - uit, vol
- leeg, vies - schoon, aan - uit. |
| |
|
| |
|
| |
|
 |
Zoek de
drie
( 5 pagina's met op elke pagina 12 kaartjes.
3 horen er steeds bij elkaar. Uiteindelijk ben je dus op
zoek naar de drie)
De kinderen moeten de drie plaatjes die bij
elkaar horen zoeken en naast elkaar neerleggen. Ze zoeken
een zwart-wit een kleur en een wit-zwart plaatje. |
| |
|
| |
|
| |
|
|

|
Welke hoort er niet bij:
(19 pagina's, 38 opdrachtkaarten)
De kinderen leggen een
fiche op het plaatje wat niet in de rij thuis hoort. Let op!
Kinderen hebben soms een eigen interpretatie, als ze het
zelf goed kunnen uitleggen kan een ander antwoord ook goed
zijn.
|
|