↑ Terug naar Bewegingslessen

Spelles zomer

 emmers02

Spelles thema zomer

Dit heb je nodig:

  • lege emmers, scheppen, harken en vormpjes
  • lege bakken / manden
  • strandbal
  • matten

Inleiding:

In fantasiesfeer.

Zing het volgende lied: Sjok, sjok, sjok, achteraan mijn rok. Zo gaan wij naar buiten, waar alle vogels fluiten (herhaal dit een aantal keer). Wat is het toch heerlijk om buiten te zijn. Zullen we lekker wandelen door het bos?  Kom maar deze kant op. Laat de kinderen in een lange sliert achter je aan lopen. Misschien wil er nu iemand anders voorop lopen? Laat deze leerling bedenken waar je nog meer naar toe kan gaan. Bv. naar de bergen, naar het weiland of naar het strand. Aangekomen op een plek kan de leerkracht of kunnen de kinderen bedenken wat je daar kan doen. In het bos, misschien wel in een boom klimmen, in het weiland rennen of over slootjes springen. Klimmen in de bergen, pootje baden in de zee, scheppen op het strand. En laat de kinderen dat allemaal uitvoeren.

 

 scheppen01

Kern 1:

‘k Moet dwalen

De kinderen staan in een kring en één leerling wordt gekozen om buiten de kring te lopen. De kring draait de ene kant om en de springer (de gekozen leerling) loopt in de tegenovergestelde richting.

Kinderen in de kring zingen het lied en bij daar komt een kleine springer, staat de kring stil en de springer gaat nu in de kring, hij/zij doet alsof hij/zij met zijn hoed zwaait en stampt met zij/haar  voet. Bij kom laten wij nu dansen gaan, kiest de springer iemand om mee te dansen. De kinderen in de kring zingen en klappen mee.

 

‘k Moet dwalen, ‘k moet dwalen,

Langs bergen en langs dalen.

Daar komt een kleine springer in het veld,

hij zwaaide met zijn hoed en stampte met zijn voet.

Kom laten wij nu dansen gaan, dansen gaan

en de anderen moeten blijven staan.

Dansen gaan, dansen gaan,

en de anderen moeten blijven staan.

 

 harken01

Kern 2:

Estafette met emmers, scheppen, harken en vormpjes.

Leg aan de ene kant van het speellokaal drie matten en aan de overkant zet je drie bakken met schepjes, harkjes en vormpjes.

Verdeel de klas in drie groepen en laat ze op de matten staan. De kinderen staan achter elkaar in een rij, de drie leerlingen die vooraan staan hebben een emmertje. Op een teken van de leerkracht mogen de drie leerlingen met het emmertje naar de overkant rennen, een schepje, harkje of zeefje in de emmer doen en terug gaan naar de mat. Wat opgehaald is wordt naast de mat gelegd en het lege emmertje wordt aan de leerling gegeven die nu vooraan staat. En zo gaat het verder, totdat de leerkracht aangeeft dat ze moeten stoppen. Er wordt nu geteld hoeveel spullen iedere groep heeft opgehaald. Besteed hierbij aandacht aan meer/meeste/minder/minste en evenveel.

 

strandbal01

Afsluiting:

Alle kinderen staan met de benen wijd in de kring. De strandbal wordt steeds naar iemand anders gerold, maar rolt de bal bij iemand tussen de benen door, dan mag deze leerling gaan zitten met de benen wijd, zodat de bal niet uit de kring rolt. Deze leerling mag nog wel mee doen met het rollen van de bal. Misschien lukt het wel om alle kinderen te laten zitten, maar het kan ook zijn dat iedereen blijft staan.

 

 

Share Button

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.jufsanne.com/lesidee/bewegingslessen/spelles-zomer/