↑ Terug naar Bewegingslessen

Spelles Kerst 1

 kerstboom1

Spelles Kerst

Dit heb je nodig:

  • handtrom
  • bellenkrans en diverse andere instrumenten
  • muts voor kerstman
  • bal

Inleiding:

Gebruik afwisselend de handtrom en de bellenkrans. Op het geluid van de handtrom gaan de kinderen sjokken als een ezeltje (misschien dat je vooraf het lied kan aanleren, Sjok, sjok, sjok sjokt het ezeltje). Hierbij kan je ook nog aandacht besteden aan langzaam en snel. Als je de bellen laat horen, dan zijn de kinderen rendieren (hierbij kan je refereren aan Jingle Bells). Wissel dit een aantal keren af. Eindig met het maken van een kring.

 

 36411661

Kern 1:

Zangspel:

De kinderen houden elkaar bij de handen vast en draaien tijdens het zingen de ene kant op. De Kerstman loopt rond de kring in tegenovergestelde richting. Bij “Daar komt een kleine Kerstman in het veld”, blijft de kring staan en de Kerstman gaat in de kring. In de kring blijft de Kerstman staan en zwaait met zijn muts (hoed) en stampt met zijn voet. Bij “Kom laten wij nu dansen gaan”, kiest de Kerstman iemand om mee te dansen. De kinderen in de kring klappen en zingen. De leerling die gekozen is om mee te dansen, mag nu de muts op en rond de kring lopen en wordt het zangspel herhaald.

‘k Moet dwalen, ‘k moet dwalen

langs bergen en langs dalen.

Daar komt een kleine Kerstman in het veld,

hij zwaaide met zijn hoed en stampte met zijn voet.

Kom laten wij nu dansen gaan, dansen gaan

en de anderen moeten blijven staan.

Kom laten wij nu dansen gaan, dansen gaan

en de anderen moeten blijven staan.

 

 gymlesballen01

Kern 2:

De tikker heeft een bal in de handen. Pas op! Als een kerstbal valt, dan…..

De tikker mag met de bal kinderen af tikken, wie getikt is gaat op de grond zitten. Als de tikker de bal laat vallen (de kerstbal gaat dan stuk), dan mogen alle kinderen weer mee doen.

Kies na een paar minuten een nieuwe tikker of laat de tikker zelf iemand kiezen.

bellenkrans

Afsluiting:

Kinderen zitten in de kring. Leg verschillende instrumenten in de kring en laat van ieder het geluid horen en benoem ze. De handtrom (geluid van het ezeltje dat sjokt), de bellenkrans (de rendieren), triangel (sneeuwvlokje), vul het aan met nog een paar instrumenten die je op school hebt en bedenk wat voor geluid het kan zijn. Misschien heb je ook een muziekdoosje met kerstliedje, dan kan je die er ook bij doen.

Eén kind zit in het midden met de ogen dicht en met de rug naar de instrumenten. De leerkracht wijst een leerling aan die een geluid mag maken met één van de instrumenten en legt deze meteen weer terug. De leerling die de ogen dicht had mag zeggen (of aanwijzen) welk geluid hij of zij heeft gehoord. Is het goed, dan mag deze leerling iemand kiezen die nu in het midden mag zitten. Is het niet goed, dan mag deze leerling nog één keer de ogen dicht doen.

(Je kunt hierbij ook de leerling in de kring een kerstmuts opzetten, die hij/zij over de ogen trekt)

Share Button

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.jufsanne.com/lesidee/bewegingslessen/spelles-kerst/