↑ Terug naar Bewegingslessen

101 suggesties met pittenzakjes

 pittenzakjes01

Pittenzakjes

Pittenzakjes. Gevuld met kersenpitten, rijst of graan worden ze al sinds mensenheugenis gebruikt ter verlichting van diverse pijntjes of als kruik tegen de kou. Ik ken ze vooral als hulpmiddel in de speelzaal.

Uit Bewegingsopvoeding voor kleuters van Rita Bracke:

“Een pittenzak heeft bepaalde eigenschappen die een bal niet heeft. De  pittenzak is vervormbaar, en zowel voor het grooien als voor het vangen kan de kleuter de pittenzak met zijn vingers grijpen. Hij kan daardoor vlugger een pittenzak vangen dan een bal. Een pittenzak is bij uitstek geschikt om allerlei werp- en vangoefeningen te doen. De pittenzak rolt niet verder en maakt ook weinig lawaai bij het vallen. De kleuters oefent actief in een rustige sfeer.”

Er zijn ontzettend veel mogelijkheden met pittenzakjes. Je vindt hier diverse suggesties per onderdeel. Let erop dat je je concentreert op één onderdeel / doel per les. Overigens is het altijd een goed idee om de kinderen in eerste instantie lekker zelf te laten experimenteren met het pittenzakje. Dat vinden ze heerlijk.

dragen01 dragen02 dragen03

Dragen

Het dragen van de pittenzak heeft als functie dat het kind voldoende controle heeft over zijn lichaam, en kun je door verschillende manieren van dragen oefeningen doen ter training van de spieren. Daarnaast benoem je de lichaamsdelen.

Verschillende suggesties met het dragen van een pittenzak:

Draag de pittenzak:

  • De pittenzak dragen in de handen is niet zo uitdagend maar kunnen de kinderen het zakje ook achter hun rug dragen?
  • Op het hoofd. Doe dit zonder de pittenzak vast te houden. Als dit goed gaat vraag je of ze er ook een stukje bij kunnen lopen of een rondje kunnen draaien. Vraag de kinderen om een kuiltje te maken van hun handen en tel tot drie. Bij de derde tel mogen de kinderen het pittenzakje in de handen opvangen.
  • Laat de kinderen met een pittenzak op het hoofd over een plank, bank of touw lopen. Aan het einde van de bank stappen ze er voorzichtig vanaf zodat het zakje op het hoofd blijft liggen. Je kunt ook een pak aan het eind van de bank, plank of het touw plaatsen waar de kinderen dan het zakje in laten vallen. Dit doen ze door voorzichtig het hoofd naar voren te buigen.
  • Wie zou het zakje met zijn kin kunnen dragen? Laat de kinderen zelf oplossingen verzinnen.
  • In de nek. Ga eerst in een hoek van 90 graden staan (de leerkracht doet dit voor). Leg nu de pittenzak en je nek en kom langzaam omhoog. Probeer zo recht mogelijk te staan.
  • Op de schouder. Probeer dit zonder het zakje te klemmen tegen het hoofd. Wie kan er een klein sprongetje bij maken?
  • Onder de oksel. Laat de kinderen er een stukje bij lopen.
  • Op de rug van de hand met de arm volledig uitgestrekt. Loop nu door de zaal.
  • Draag het zakje over op de andere hand, eveneens op de rug.
  • Laat het kind op handen en voeten zitten (als een hond) en het zakje op de rug leggen. Kunnen ze een stukje kruipen zonder dat het zakje eraf valt? Tel tot drie en vraag het kind dan het zakje van zijn rug te werpen.
  • Knel het zakje tussen de knieën en laat het kind zo een stukje proberen te lopen.
  • Knel het zakje tussen de voeten en laat het kind kleine huppen maken.
  • Laat het kind liggen op de rug en het pittenzakje tussen de voeten klemmen. Het kind doet zijn benen omhoog en probeert het zakje op zijn buik te laten vallen.
  • Laat het kind liggen op de rug en het pittenzakje tussen de voeten klemmen. Het kind probeert zijn benen over het hoofd te leggen om daar het pittenzakje neer te leggen. Een moeilijkere variant is om weer terug te gaan zonder het zakje los te laten en de benen weer recht te leggen. Nog moeilijker is het om deze oefening een aantal keer te laten herhalen.
  • Leg het zakje op de wreef van de voet en loop op de hak, met de tenen omhoog. Zorg dat het zakje niet van je voet afglijdt.

Dragen in tweetallen:

Naast het oefenen van lichaamsbeheersing door middel van dragen kun je ook samenwerking oefenen door de kinderen in tweetallen met één pittenzakje te laten oefenen.

  • Laat twee kinderen tegenover elkaar staan en klem een zakje tussen één hand van elk kind.
  • Klem het zakje tussen de handen van de kinderen en laat ze zo proberen te gaan zitten en weer te staan.
  • Klem het zakje tussen de buiken van de kinderen en laat ze zo een paar stappen naar voren en naar achteren bewegen.
  • Klem een zakje tussen de voorhoofden van de kinderen en laat ze zijwaarts naar de overkant bewegen.
  • Klem een zakje tussen de schouders en loop samen naar de overkant.
  • Klem een zakje tussen kin en borst en probeer deze over te geven aan een ander kind.
  • Klem een zakje tussen je voeten en probeer deze over te geven aan een ander kind.
  • Ga met de ruggen tegen elkaar staan en probeer zo een zakje naar de overkant te dragen.
  • Klem een zakje tussen de heupen en probeer tegelijkertijd te springen.
  • Leg een zakje op de rug van je hand en probeer deze over te dragen op de hand van een ander kind.

Na het oefenen zou je ook in teams een wedstrijdje kunnen doen. Zorg hierbij voor gelijkwaardige teams.

 mikken01 mikken02 touwlopen02

Gooien

Het verplaatsen van een voorwerp al dan niet met doelwit wordt er als definitie van gooien gegeven. Bij deze opsomming van suggesties hebben we het vooral over gooien zonder doelwit.

  • Gooi het zakje omhoog.
  • Gooi het zakje naar links of rechts.
  • Gooi het zakje naar achteren.
  • Gooi het zakje naar voren.
  • Gooi het zakje ver weg.
  • Gooi het zakje dichtbij.
  • Gooi het zakje met één hand.
  • Gooi het zakje met twee handen.
  • Leg het zakje op je voet en gooi het de lucht in.
  • Gooi bovenhands.
  • Gooi onderhands.

Gooien en mikken

Het richten op een doel is een goede oefening voor de oog-handcoördinatie. Daarnaast vinden kinderen het spannend en ervaren ze een gevoel van voldoening is het voorwerp daadwerkelijk zijn doel bereikt.
Verschillende suggesties voor gooien en mikken:

  • Zet vier afwasteilen neer die corresponderen in de kleuren van de pittenzakjes. Bepaal een afstand per kleur en laat de kinderen in de bak mikken. Je kunt een afstand bepalen door bijvoorbeeld een kleurencirkel of een hoepel neer te leggen.
  • Leg de kleurencirkels in een andere lijn, dus niet recht tegenover de corresponderende afwasteil en laat de kinderen proberen zo te mikken.
  • Zet de teilen in twee aan twee en laat de kinderen het zakje in de teil proberen te mikken.
  • Zet de teilen in een lange rij achter elkaar en laat de kinderen het zakje in de kleur corresponderende teil gooien.
  • Zet de teilen op zijn kop en laat de kinderen op de teil gooien.
  • Zet een bank, plank of leg een touw neer voor de teilen. Laat de kinderen balanceren en daarna het zakje in de bank mikken.
  • Zet de bakken verspreid in de zaal en laat de kinderen met een pittenzakje in de hand huppelen door de zaal. Je kunt per keer variëren in bewegingsvorm. Roep na een tijdje een kleur. Alle kinderen staan stil en proberen vanaf het punt waar ze staan het zakje waarvan de kleur door jou is geroepen in de teil te gooien.Zet een bank schuin op het klimrek. Laat de kinderen bovenaan de bank staan en vanaf dat punt het pittenzakje in de teil mikken.
  • Span een koord door het speellokaal. Begin niet al te hoog en zet de teilen aan de andere kant van het koord. De kinderen moeten de pittenzakjes over het koord in de bak gooien. Probeer het koord steeds hoger te hangen.
  • Hang kranten over het koord en laat de kinderen tegen de kranten aangooien. Neem hiervoor grote en kleine kranten.
  • Een kind houdt de teil vast terwijl een ander kind probeert het in de bak te mikken. Je kunt hierin variëren in hoogtes en om het nog moeilijker te maken zou het kind ook kunnen bewegen.
  • Zet het klimrek uit en laat de kinderen door een gat gooien. Markeer het gewenste gat met een touw of lint.
  • Hang hoepels op verschillende hoogtes en laat de kinderen door de hoepel gooien.
  • Leg een ballon of een bal in de zaal en laat de kinderen gooien op de ballon. Hoe ver verplaatst de ballon zich?
  • Laat een kind met de benen wijd staan en mik het zakje door de benen.
  • Zet blokken of lege flessen neer. De kinderen proberen zoveel mogelijk om te gooien.
  • Zet een korf neer op lage hoogte en laat de kinderen het zakje van enige afstand in de korf gooien.

 

gooien01

Gooien en vangen

Het vangen van een bal vraagt om eveneens nauwkeurige oog-hand coördinatie maar dan in ontvangende vorm. Waar je bij mikken een doelwit probeert te raken en het pittenzakje van je af brengt, komt het voorwerp juist naar jou toe met enige snelheid. Kinderen moeten de snelheid van het zakje en de koers leren in te schatten en daar lichamelijk adequaat op te reageren.

  • Vraag de kinderen eerst het zakje kleine stukjes omhoog te gooien en te vangen. Voorbij de neus, voorbij de ogen en hoger dan het hoofd.
  • De kinderen gooien en vangen het pittenzakje terwijl ze op de plaats blijven staan.
  • De kinderen gooien en vangen het pittenzakje terwijl ze lopen.
  • De kinderen gooien het zakje het stukje voorwaarts en rennen er achteraan om het zakje vervolgens weer op te vangen.
  • De kinderen gooien het zakje en klappen daarbij een keer in de handen voordat ze het zakje weer opvangen.
  • De kinderen gooien het zakje recht in de lucht en draaien een rondje.
  • De kinderen zitten gehurkt en gooien het zakje in de lucht. Daarna vangen ze het zakje weer op.
  • De kinderen gooien en vangen het zakje met de rechterhand.
  • De kinderen gooien en vangen het zakje met de linkerhand.

Gooien en vangen in tweetallen

  • De kinderen staan in tweetallen tegenover elkaar en gooien en vangen over naar elkaar. Als dit goed gaat vraag je ze om een stap naar achter te zetten. Herhaal dit een aantal keer.
  • De kinderen gooien en vangen bovenhands over naar elkaar. Zorg daarbij voor enige afstand.
  • De kinderen gooien en vangen onderhands over naar elkaar.
  • Eén gooit met één hand en het andere kind vangt met één hand.

 

 pittenzakjescijfers01

Overige spellen met pittenzakjes

Naast het oefen van de opgesomde vaardigheden zijn er natuurlijk nog veel meer spelmogelijkheden met pittenzakjes:

  • Speel pittenregen met de kinderen. Ga in de cirkel in het midden van de zaal zitten en neem de bak met pittenzakjes voor je. Jij gooit ze uit de bak en de kinderen halen de zakjes weer op en mikken ze in de bak. Ze mogen daarbij niet in de cirkel komen.
  • Schrijf of plak cijfers op de pittenzakjes. Je kunt ook pittenzakjes kopen die al voorbedrukt zijn. Laat de kinderen mikken op een teil of krant. Ze moeten daarbij wel in de juiste telrij gooien. Dus het kind met pittenzak 1 mag eerst gooien, daarna het kind met zakje 2 etc.

Je kunt veel rustige en afsluitende spelletjes spelen met pittenzakjes:

  • Laat een kind in het midden van de kring zitten en de ogen sluiten. Geef een aantal pittenzakjes aan andere kinderen. Deze leggen ze zo zachtjes mogelijk achter de rug van het kind. Vraag vervolgens: “hoeveel pittenzakjes liggen er achter je?” Het kind probeert het aantal te raden.
  • Doe een kind een blinddoek om en laat hem met zijn handen vooruit in de kring zitten. Leg een aantal pittenzakjes in zijn handen en vraag: “hoeveel pittenzakjes heb je in je handen?”
  • Neem een dobbelsteen en laat de kinderen om de beurt een keer gooien. Ze stapelen de zakjes op elkaar totdat deze omvalt.
Share Button

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.jufsanne.com/lesidee/bewegingslessen/101-suggesties-met-pittenzakjes/