De woorden in de thema's worden aangeboden in twee
niveaus:
basiswoorden: de woorden die bekend verondersteld
worden bij kinderen die starten in groep 1. Deze woorden
biedt u alleen actief aan aan taalzwakke kleuters.
Het thema water heeft 36 basiswoordkaarten op 6
pagina's. Het gaat om de woorden:
de berg, de das, de dobbelsteen, de handschoen, de hoed,
de ijsbeer, het ijsklontje, scheppen, de mand, de muts,
de neus, het oog, de pan, de pinda, de schaats, de slee,
de sneeuw, de sneeuwbal, de sneeuwpop, de sok, de
spiegel, de verwarming, de vogel, de kaars, het wak, het
hol, de rits, het zwembad, een duik nemen, meten, de
winterjas, de trui, de want, schaatsen, het vogelhuisje,
gooien.
Uitbreidingswoorden: de woorden die voor de meeste
kinderen nieuw zijn en die u actief aanbiedt aan alle
kinderen
Het thema water heeft 24 uitbreidings-woordkaarten
op 4 pagina's. Het gaat om de woorden:
de bol, de
capuchon, de egel, de Eskimo, de hoepel, de iglo, de
ijsberg, de ijsschots, de kruik, de kruimel, het
patroon, de pinguïn, het prentenboek, de rookworst, de
rugzak, de ski, het sneeuwballengevecht, de thermometer,
de vetbol, de vriezer, ontbijten, de zeehond, druipen,
zonnen.