De woorden in de thema's worden aangeboden in twee
niveaus:
basiswoorden: de woorden die bekend verondersteld
worden bij kinderen die starten in groep 1. Deze woorden
biedt u alleen actief aan aan taalzwakke kleuters.
Het thema heeft 30 basiswoordkaarten op 6
pagina's. Het gaat om de woorden:
de badkamer, het behang, de boor, de brug, de caravan,
de doos, het gebouw, de hamer, de helm, het huis, de
keuken, het kleed, de koffer, de krant, de ladder, de
schilder, de schroevendraaier, het stro, de timmerman,
het toilet, de toren, de vlag, de vrachtwagen, de
wasknijper, de zaag, het zand, de zolder, klimmen, zagen
en timmeren
Uitbreidingswoorden: de woorden die voor de meeste
kinderen nieuw zijn en die u actief aanbiedt aan alle
kinderen
Het thema heeft 36 uitbreidingswoord-kaarten
op 6 pagina's. Het gaat om de woorden:
de achtbaan, de bakfiets, het beton, de bouwvakker, de
duimstok, de flat, de fontein, het gereedschap, de
gereedschapskist, de graafmachine, het kasteel, de
kegel, de kiepwagen, de liniaal, het meetlint, de
metselaar, de moet, de nijptang, de pijlers, de plug,
het raamkozijn, de reling, het rijtjeshuis, de rivier,
de rolmaat, de schroef, de steiger, de werkbank, de
bouwplaats, de vloerbedekking, beuken, slopen, het zat
zijn, instorten, metselen, de woonkamer.
De activiteit gaat over de letter h. Je hebt de letter niet
echt nodig. Bij andere activiteiten rond een letter werd wel
om een letter met dubbele lijnen gevraagd. Beslis zelf of je
de letter gebruikt of niet.