| |
|
|
 |
Op de kleuterschool gingen ze
kerstfeest vieren. Daarom had Juf Carla een kerstboom gekocht, ’n hele
grote, hij kon haast niet door de deur van de klas. De kerstbomenman
kwam hem zelf brengen, hij trok hem met één hand de klas
binnen. ,, Waar zal ik hem neerzetten?” vroeg hij aan de kinderen. ,,
Daar of daar!” schreeuwden ze door elkaar en wezen alle hoeken aan.
,,Ik denk,”zei Juf Carla, ,,dat de beste plek bij het raam is, want
daar zit een stopcontact voor de lichtjes.”Jan Willem, die al bijna
zes was mocht de doos met kerstversieringen uit de kast halen. Hij
zette de doos op een tafel en alle kinderen kwamen er omheen staan.
Evelien maakte de doos open. ,,Oooooch!” riepen ze allemaal toen het
glinsterende spul tevoorschijn kwam. ,,Zo’n slinger hebben wij ook,”
riep Tanja met haar vinger wijzend. Alle kinderen begonnen nu te
roepen en aan te wijzen wat ze thuis ook hadden. Maar een heleboel
dingen had niemand. De kerstbomenman zette ondertussen de boom op zijn
plaats en hing ook de lichtjes erin. ’n Mooie piek met belletjes eraan
had hij er ook al bovenop gezet. Wat was het een grote boom! Hij stond
in een groene standaard op de grond en kwam bijna tot aan het plafond.
Nu gingen de kinderen zelf de boom versieren.
|
|
|

|
|

 |
Heel voorzichtig haalden zij de
glinsterende ballen en slingers uit de doos en hingen ze zachtjes in
de boom. Juf Carla deed de stekker in het stopcontact en de lichtjes
gingen aan. Wat was dat een prachtig gezicht, de boom was heel mooi
geworden! En hij rook zo lekker naar dennenbis, een echte kerstlucht.
Er hingen ook klokjes in van rood papier en zilveren sterretjes, die
hadden de kinderen zelf gemaakt. Er hingen ook twee kerstmannetjes in.
Het ene mannetje hing bovenaan en
het andere mannetje hing helemaal onder in de boom. Het leek wel of
het onderste mannetje boos keek en misschien was dat ook zo. Want toen
alle kinderen naar huis waren gegaan, omdat het kerstfeest pas morgen
was begon het onderste mannetje te mopperen.
,, Waarom hebben ze mij zo laag gehangen ik kan hier niks zien!” ,,Ik
lekker wel,” riep het bovenste mannetje lachend. ,, Ik kijk over alles
heen en ook nog naar buiten, ik heb de beste plaats!” Het mannetje
beneden ging nog bozer kijken. ,,Ik vind het een stomme kerstboom,”
mopperde hij. Heel boos wilde hij tegen een tak schoppen en toen
plof!…. viel hij uit de kerstboom.
Een zilveren engeltje, dat ook onderaan heen en heel erg was
geschrokken begon tegen hem te praten. Met een hoog stemmetje zei ze:
,,als je boos bent, dan moet je maar weggaan.” ,,Dat vind ik ook,”
riep het mannetje dat bovenaan hing, boze kerstmannetjes horen niet
in de kerstboom.
’n Chocoladebeertje ging zich er ook mee bemoeien en zei: ,, We kunnen
toch niet allemaal bovenaan hangen, dan zal de boom van onderen
helemaal kaal zijn.” ,,Dat is geen gezicht,” zei een groen kaboutertje
met rode laarsjes. ,,Als het je niet bevalt, dan hoepel je maar op.”,,Nou,
ik ga wel weg, hoor,” riep het mannetje en hij liep heel boos de klas
uit. Vlug liep hij de lange gang door en klom
door een raampje dat open stond naar buiten. Potverdikkie, wat was het
koud! Het sneeuwde nog ook. Maar goed dat hij
zijn laarsjes aan had. Zijn baard zat meteen vol sneeuwvlokken. Hij
ging zo hard mogelijk lopen en voelde dat zijn rode puntmuts in elkaar
zakte. Opeens hoorde hij kinderen zingen en zag hij een mooie
kerstboom voor een raam staan.
Vlug klom hij op het raamkozijn en kon zo naar binnen kijken. Wat zag
hij daar? Drie kinderen stonden bij de kerstboom te zingen. Hun mama
was er ook bij, met een baby op haar arm. ,, Wat gezellig is het
daar,” dacht het mannetje buiten.
Maar weet je wat hij ook zag? De kinderen keken nog het meest naar de
dingen die onder in de kerstboom hingen, die konden ze het best zien.
En wat zag hij nog meer? Die mama pakte engeltje onderuit de boom, en
gaf het aan het baby’tje. Die kraaide van pret omdat ze het even vast
mag houden. Toen het liedje uit was, gingen de kinderen naar bed. Het
kerstmannetje klom weer van het raamkozijn af. Hij was helemaal niet
meer boos. ,,Wat ben ik dom geweest,”dacht hij. ,,Was ik maar in de
kerstboom gebleven en tevreden geweest met mijn plaatsje. Nu kan ik
geen kinderen meer blij maken met Kerstmis.
|
|
|
|
|

 |
Verdrietig ging hij op een stoepje
zitten. Hij bibberde van de kou en begon ook nog een snotneus te
krijgen. Hij dacht aan de mooie kerstboom in de warme klas en ook aan
de kinderen die zo blij de boom versierd hadden. Opeens sprong hij op,
veegde zijn neus af en lachte weer. ,,Ik ga weer terug naar de klas,”
zei hij hardop. Zo vlug als hij kon, rende hij naar school. Het
raampje was nog open en hup, hup, hup wipte hij naar binnen. Blij
rende hij de gang door en huppelde met een vrolijk gezicht de klas in.
De klokjes in de kerstboom begon van blijdschap te klingelen, en het
leek wel of de ballen slingers nog meer gingen glinsteren.
,,Hallo!” riep het zilveren
engeltje, ,, Ben je er weer?” Het kerstmannetje dat bovenin de boom
hing, viel haast van blijdschap naar beneden. Ze waren allemaal heel
blij dat het mannetje terug gekomen was. ,,Wil je op mijn plaats
hangen?” vroeg het bovenste kerstmannetje vriendelijk. ,, Nee hoor, ik
ga weer op mijn eigen plekje.” Met een klein sprongetje kwam hij in de
onderste takken terecht. Wat vond hij het nu heerlijk om daar weer te
hangen. Toen de kinderen de volgende dag op school kwamen, zagen ze
hem meteen. ,,Kijk eens juf, gisteren keek hij boos, en nu lacht hij.”
Alle kinderen keken naar hem. Gelukkig maar, dat ze niet wisten dat
hij gisteravond weggelopen was. Nu wist hij dat elk plaatsje in de
kerstboom even fijn is. Het maakt geen verschil of je boven of
onderaan zit. Als je de kinderen maar blij maakt die bij de kerstboom
staan. |
|