Info voor ouders

 ● Pesten  ● Verdriet en rouw
 ● Beelddenken   Bedplassen
 ● Stotteren  ● ADHD
  Dyspraxie  ● Autisme

 

Beelddenken

Beelddenken is het denken in beelden en gebeurtenissen. Het kan omschreven worden als ruimtelijk denken. Beelddenkers ordenen hun wereld bij voorkeur met niet-talige middelen. Ze zien beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken tegelijkertijd zichtbaar worden, op elkaar inwerken en een betekenisvol geheel vormen. Het is een simultaan en non-verbaal denken, een manipuleren met ruimtelijke voorstellingen.

Een minderheid van de mensen denkt in beelden. Het is een ruimtelijk, woordloos denken. Deze wijze van denken verloopt dus niet stap voor stap, maar de beelddenker overziet als het ware het geheel, echter hij/zij kan juist de details missen. Behalve dat alles betekenisvol met elkaar is verbonden is zijn denken vaak emotioneel gekleurd. Taal moet eerst in beelden worden omgezet en -de eigen- beelden moeten eerst in taal worden omgezet om te kunnen communiceren. Dat betekent zoeken naar woorden en dat kost tijd.

Beelddenken is een -lastige- Gave: het kan zich zowel uiten in creativiteit, talenten op het gebied van inzicht en ruimtelijk denken, humor en muzikaliteit als in dyslectische verschijnselen: taalproblemen en/of rekenproblemen. Vooral in de lager school periode en in het begin van de middelbare school spelen deze problemen.

Het kind moet leren om informatie op zijn eigen manier te verwerken. Die manier is anders dan men gewend is op school en vraagt dus om een aangepaste manier van lesgeven. Het in beelden denkende kind moet zich leren redden in een 'talige' omgeving. Dit gaat niet altijd zonder onderwijs/leerproblemen. Naarmate het onderwijs zich meer op begrip richt, komt er meer ruimte voor de positieve kant van het beelddenken. Beelddenken blijft in de volwassenheid.

Kenmerken van beeldenkers
Het volgende is een verzameling kenmerken die bij een beelddenker vaker voorkomen dan bij niet beelddenkers. Het is niet zo dat elke beelddenker alle genoemde kenmerken heeft, of dat een niet-beelddenker geen van deze kenmerken kan hebben.

De lijst is vooral gericht op kinderen van het basisonderwijs en het begin van de middelbare school. Maar ook volwassen beelddenkers zullen zich herkennen.

Een beelddenker moet iets eerst begrijpen voor hij kan automatiseren (iets je zodanig eigen maken dat je het zonder nadenken, direct kan doen). Het automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan 1 gekozen manier van doen vast te houden. Die is vaak concreet (= werkelijk bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. Uit het hoofd) en omslachtig. De oplossing kan werken in groep 3, maar in groep 6 is het te traag. Voor goed automatiseren moeten meer strategieën beschikbaar zijn.

Communicatie: Deze kinderen hebben een spontane onoplettendheid. De woorden die ze horen roepen beelden op en door die beelden dwaalt hun aandacht weg en vergeten ze op te letten. DIT IS GEEN ONWIL!! Hoe langer het verhaal, hoe minder kans dat ze er met hun aandacht bij blijven. Verder nemen ze het gehoorde te letterlijk.

Ze zijn makkelijk overbelast en snel vermoeid. Ze leven -vanuit de beelddenker gezien- in een wereld die anders is dan de hunne. Dat kost extra energie. Houdt ze af en toe een dagje thuis.

Als een beelddenker een taal- of rekenprobleem heeft moet een 6 voor zo'n vak als een 8 beloond worden.

Vraag bij een opdracht: "Wat ga je doen?". Waarschijnlijk is de beelddenker tijdens de uitleg met zijn gedachten afgedwaald en raakt hij in paniek van de opdracht, want hij weet niet wat hij moet doen. Door deze vraag -en het hem/haar te vertellen- is hij direct weer bij de les en kan hij aan het werk.

Een beelddenker is niet minder intelligent dan andere kinderen. Het denken van een beelddenker is zo georganiseerd dat hij zoekt naar overeenkomsten ( een beetje alsof je twee dia’s over elkaar heen projecteert en naar de gelijkenissen zoekt. Dit maakt ze ook tot mensen van het compromis. Dat is, afhankelijk van de situatie, zowel een talent als een kwetsbare kant.

Ruimtelijk denken (denken in drie dimensionale patronen) is de sterke kant van de beelddenker. Verder is er sprake van visueel (denken in beelden)- en handelingsdenken ( denken in handelingen. De beelddenker koppelt hier bij voorkeur ook een emotionele beleving aan ).

Het auditieve denken ( denken in taal, interne spraak) komt als laatste.

Ze hebben een creatieve denkstijl, gevoel voor humor en gevoel voor muziek.

Beelddenkers zijn vaak volhoudend, inzichtelijk en zelflerend. Eigenschappen die gestimuleerd worden door hun andere manier van denken. Daardoor moeten ze het vaak 'zelf uitzoeken'.

Nieuwe kennis lijkt soms 'niet aan te komen'. Maar na drie dagen bezinken blijken ze het toch te weten.

voor meer informatie, kijk op: http://www.perspectief-dco.nl/leren/beelddenken1.htm


Bedplassen

Veel kinderen plassen 's nachts nog in bed. Van de 4-jarigen plast ongeveer 12% in bed, van de 5-jarigen is dat 10% en bij de 6-jarigen vinden we nog 8% bedplassers. Hoe ouder de kinderen worden, des te minder kans er op bedplassen is. Deze cijfers blijken over verschillende onderzoeken vrij constant te zijn.

Hoewel u dus kunt zeggen "dat het vanzelf wel overgaat als men maar lang genoeg wacht", is het begrijpelijk dat u niet wilt wachten tot uw kind vanzelf droog wordt.

Bedplassen is voor ouders vaak een heel probleem. Niet alleen vanwege de extra was, maar misschien krijgt u de idee dat u faalt als opvoeder. Het lukt immers niet uw kind droog te krijgen terwijl buren en familieleden vertellen dat hun kinderen al met drie jaar droog waren. Vooral voor moeders is het een dagelijkse bron van ergernis dat hun kind nog in bed plast.

Ook voor een kind is bedplassen lastig. Hij kan niet voldoen aan het verlangen dat u heeft. Iedere ochtend wordt hij geconfronteerd met zijn falen. Hij heeft nog maar net zijn ogen open of ontdekt dat zijn bed weer nat is. En u kunt nu wel proberen om net te doen of u het niet merkt, maar kinderen voelen toch dat u weer teleurgesteld bent.

En zo bereikt u het tegendeel van wat u wilt. U wilt u kind zo snel mogelijk droog. Maar evenals met stotteren geldt, dat hoe meer kinderen hun best gaan doen en zich inspannen, des te groter wordt de kans op falen. Bij sommige kinderen verdwijnt elke motivatie om het te proberen: het gaat toch niet en ik krijg toch op mijn kop. Zo wordt verhinderd, dat het "vanzelf overgaat", omdat ze teveel, te krampachtig hun best doen, of omdat ze het helemaal hebben opgegeven.

Het effect dat bedplassen heeft, stopt niet met de natte lakens. Iedere ochtend falen komt niet ten goede aan het zelfbeeld van een kind. Het zelfbeeld is het geheel van ideeën dat u over uzelf hebt (of u dingen aankan, of u al dan niet aardig bent, etc.). Het zelfbeeld bepaalt voor een deel hoe u uw gedraagt: als u uzelf aardig vindt, zult u aardig tegen anderen doen; als u zelfvertrouwen hebt, zult u in nieuwe situaties initiatief en durf tonen. Niet zelden vinden we onder kinderen die nog in bed plassen een negatiever zelfbeeld dan onder kinderen die wel droog zijn. Het is dus niet verwonderlijk , dat het zelfbeeld vaak veel positiever wordt na een behandeling, wanneer een kind wel droog is. Bedplassen kan zo een grote invloed hebben op het verdere functioneren van het kind. Kinderen die nog in bed plassen kunnen vaak niet mee op schoolreisjes of uit logeren gaan. Ze zijn bang dat andere kinderen "het" merken en dat ze uitgelachen worden. Op deze manier kunnen kinderen zich soms sociaal minder goed ontwikkelen dan wanneer ze droog zouden zijn.

Zowel voor u als voor het zelfbeeld en de sociale contacten van uw kind is het vaak beter om niet te wachten tot uw kind vanzelf droog wordt. Jaren van teleurstellingen kunnen voorkomen worden.

Dyspraxie 

Wat is Dyspraxie?
Dyspraxie is een stoornis bij het correct verwerken van informatie. Dit leidt tot moeilijkheden bij de motoriek en motorische vaardigheden. Bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een taak waarvoor oefening nodig is of bij acties die niet in de hersens zijn geprogrammeerd. Zuigen en wandelen zijn voorbeelden van geprogrammeerde acties. Het schillen van een sinaasappel, het aantrekken van een jas en het papiertje van een snoepje halen zijn dat niet. Vaak gaat Dyspraxie samen met problemen met de spraak, taal, waarnemen, denken en gevoelige tastzin. Verondersteld wordt dat Dyspraxie veroorzaakt wordt door onvolgroeidheid of vertraging in de ontwikkeling van neuronen en bij ongeveer 2% van de bevolking zichtbaar is. Sommigen schatten het aandeel op 10%.

 

Dyspraxie is een onrijpheid van de hersenen. Met als gevolg dat boodschappen niet goed aan het lichaam worden doorgegeven. Het heeft invloed op ten minste 2% van de bevolking. 70% van hen is man. Dyspraxie is een onzichtbare handicap. Dit is zowel een voordeel als een nadeel.
Een aantal van de problemen die veroorzaakt worden door dyspraxie zijn:

  • Onhandigheid
  • Slechte houding
  • Onhandig/lomp lopen
  • Verwarring over welke hand moet worden gebruikt
  • Moeilijkheden met het gooien en vangen van een bal
  • Gevoelige tastzin
  • Sommige kleren oncomfortabel vinden
  • Minder goed korte termijn geheugen. Het vergeten van wat de vorige dag is geleerd
  • Pover bewustzijn van het eigen lichaam
  • Problemen met lezen en schrijven
  • Een pen niet goed kunnen vasthouden
  • Slecht richtinggevoel
  • Niet kunnen huppelen, hinkelen of fietsen
  • Langzaam leren zichzelf aankleden of zelf te eten
  • Simpele vragen niet kunnen beantwoorden, terwijl ze wel het antwoord weten
  • Spraakproblemen, leren laat praten of praten onsamenhangend
  • Fobieën of obsessief gedrag
  • Ongeduld
  • Kunnen niet tegen haar borstelen of tandenpoetsen of haar en nagels knippen
  • Kunnen niet tegen het dragen van pleisters.

 

De symptomen

Mensen met Dyspraxie vertonen sommige van de volgende symptomen, anderen hebben een niet specifieke coördinatie stoornis (Developmental Co-ordination Disorder, DCD) en hebben ook een aantal kenmerken, maar geen problemen met de motoriek. Weinig mensen vertonen alle symptomen of beperkingen.

Planning

Het onvermogen om taken te plannen en uit te voeren. Elke nieuwe taak moet worden geleerd en herhaald tot het een automatisme is (automatiseren).

Organiseren en ordenen
Problemen met de volgorde. Wat is het eerst, wat in het midden en wat het laatst? Gedachten moeten georganiseerd worden tot acties en daardoor zijn er ook problemen met het uitvoeren van taken. Wat trek je bij het aankleden bijvoorbeeld als eerste aan? Het probleem treedt ook op bij het vertellen van een verhaal, waarbij begin, midden en einde verward worden.

Fijne motoriek
Problemen met schrijven, tekenen, spelen met lego, het maken van legpuzzels, schoenen vastmaken, weinig houvast hebben.

Grove motoriek

Fietsen, het gooien en vangen van een bal, huppelen of het in een rechte lijn lopen zijn voorbeelden van problemen met de grove motoriek. Vaak hebben ze laat leren lopen en hebben ze als baby niet gekropen. Het evenwichtsgevoel is niet optimaal. Ook kunnen ze te angstig of juist gevaarlijk genoeg niet angstig zijn, bijvoorbeeld voor hoogtes.

Ruimtelijk bewustzijn
Dit betreft een beperking in het besef waar je je bevind in de relatie tot je omgeving: waar is de deur, hoe ver is een aankomende auto? Een kind met een beperkt ruimtelijk bewustzijn wil altijd vooraan of achteraan staan, maar nooit in het midden. In het midden 'verdwaalt' het, weet het niet waar het is. Sommigen slaan van zich af als iemand te dichtbij komt.

Bewustzijn van het eigen lichaam
Het gebrek aan bewustzijn van de verschillende lichaamsdelen of dat het lichaam twee kanten heeft. Een jong kind dat een tekening van een persoon maakt, plaatst alle ledematen en gezichtskenmerken, maar niet in perspectief. Pas als ze kijken weten ze waar ze zijn aangeraakt, ze zijn langzaam bij het leren van namen van de verschillende lichaamsdelen. Het ontbreken van het besef dat het lijf twee kanten heeft vertaald zich naar de late keuze van de dominante hand, moeilijkheden met schrijven etc.

Gevoelige tastzin
De wereld draait om voelen. Kinderen leren door voelen om vormen en weefsels enz. te herkennen. Problemen met de tastzin uiten zich op veel manieren. Een lichte aanraking wordt als pijnlijk afgeweerd, en harde, ruwe aanrakingen zijn welkom. Nagels knippen, haar borstelen, pleisters en de douche zijn pijnlijk. Dergelijke problemen leiden tot moeilijkheden in de klas. De aanwezigheid in een menigte kan beangstigend zijn, kleren zijn oncomfortabel en veroorzaken onrustig gedrag. Het kind kan vernielzuchtig zijn. Dezelfde problemen kunnen ook het eetgedrag beïnvloeden, omdat sommigen bepaalde voedselstructuren vermijden of verlangen naar pittig gekruid eten.

Concentratie
Sommige kinderen kunnen zich maar kort concentreren. Met het groter groeien, wordt deze tijd wel langer. Sommigen kunnen zich maar enkele minuten concentreren, terwijl anderen dit een uur volhouden. Om het beste uit een kind te halen moet elke inspanning zich beperken binnen die tijdsduur. Daarna moet er minder worden verwacht.

Aandachtproblemen
Velen zoeken aandacht. Ze verlangen naar aandacht als 'moeder' aan de telefoon zit of naar de nieuwe baby kijkt. Bij sommigen is het moeilijk om hun aandacht te trekken, of andere gaan te veel op in wat ze doen. Problemen op het gebied van aandacht kunnen verband hebben met het gebrekkige waarnemingsvermogen van het kind. Het reageert op alle visuele en auditieve prikkels en kan niet deze niet onderscheiden. Als er te veel problemen met de aandacht zijn dan is een test nodig om oorzaken als ADD of ADHD uit te sluiten. Soms wordt foutief verondersteld dat er sprake is van ADHD terwijl Dyspraxie of DCD de echte oorzaak van de aandachtsproblemen is.

Emoties
Vaak zijn kinderen met Dyspraxie onvolwassen en worden emoties overdreven. Deze kinderen vergeven niet snel en zijn vaak wispelturig. Sommigen zijn vaak overdreven liefhebbend, sommigen kunnen een intense hekel aan je hebben na een slecht bevallen eerste kennismaking.

Gedrag
Het gedrag is ook onvolwassen. Sommigen weten niet welk gedrag van ze wordt verwacht, of misdragen zich door problemen met tijd, de tastzin of het ruimtelijke bewustzijn. Een kind dat onzeker is waar hij is, kan snel geïrriteerd raken als anderen te dichtbij komen. Anderen zoeken vergelding lang nadat er iets vervelends gebeurd is. Soms is het gedrag te wijten aan frustratie. Een kind dat een dag hard gewerkt heeft zonder dat er goed werk is geleverd en dat heeft moeten zwoegen om de leeftijdsgenoten bij te houden komt thuis met driftbuien of lijkt onredelijk. Ouders staan hun kinderen het meest nabij ondergaan vaak scheldpartijen of zelfs slaan. Deze kinderen doen alleen anderen zeer als zij zich op hun gemak voelen en veranderen in het onrijpe, gefrustreerde kind in huis. Sommige kinderen willen niet genegeerd worden en worden de clown van de klas.

Fobieën en obsessies
Velen hebben last van fobieën en obsessies. Sommigen zijn relatief logisch, zoals angst voor bepaalde harde geluiden zoals ballonnen, treinstations. Of ze zijn bang om alleen te zijn, doordat ze een gebrekkig waarnemingsvermogen hebben. Sommigen houden niet van veranderingen in routines of zelfs niet van veranderingen van de opstelling van meubels.

Spraak en taal
Spraak wordt soms langzaam aangeleerd, sommige klanken moeten worden aangeleerd omdat er een gebrek aan coördinatie van de mondbewegingen is (verbale ontwikkelingsdyspraxie) Sommigen hebben geen besef van volume, en schreeuwen. Er is een neiging tot het enkele keren herhalen van wat al is gezegd omdat woorden worden verhaspeld. Ontastbare woorden als op/onder/in/over worden soms laat begrepen, net als gevoelens en emoties. Vaak hadden deze kinderen eerdere eetproblemen en/of kwijlden heel erg. Sommigen hebben een lijmoor gehad.

Waarneming
Hoe nemen we de wereld om ons heen waar, grootte, snelheid, vorm, kleur en tijd? We weten op het gehoor waar een vliegtuig in de lucht zit door het geluid. We leren begrippen als morgen, middag en avond eerder door tijdsbesef dan door klokkijken. Jonge kinderen zijn zich vaak niet bewust van ochtend en avond, en leren de dagen van de week maar langzaam. Tieners kunnen de maanden van het jaar niet opzeggen. Weten hoe laat het is, is een andere moeilijkheid, net als omgaan met geld. Velen hebben problemen om de weg te vinden. Zelfs op een kleine school kan het lang duren eer het kind gewend is en sommigen leren nooit de weg in een groot schoolgebouw. Deze kinderen moeten zelfs in een veilige omgeving in de gaten worden gehouden. Als je uit hun gezichtsveld raakt (of als je ze zelf niet meer ziet) zijn ze snel verdwaald.

Slechte ooghandcoördinatie
Het kan moeilijk zijn om een beweging met de ogen te volgen. Een buitensporige hoofdbeweging wordt gebruikt. Ze kunnen niet snel van het ene naar het andere object kijken, bijvoorbeeld van een boek naar het schoolbord.

Leerproblemen
Bij enkelen is het enige dyspraxie probleem dat ze hebben, een probleem met schrijven. Anderen hebben leesproblemen als gevolg van dyslexie of slechte oog-hand coördinatie. Anderen hebben problemen met rekenen (dyscalculie), of lezen alleen mechanisch, zonder te begrijpen wat ze lezen (hyperlexie). Als kinderen Dyspraxie gerelateerde moeilijkheden hebben zoals problemen met waarnemen, de tastzin of ruimtelijk bewustzijn, dan ligt de aanwezigheid van leerproblemen voor de hand. Dyspraxie and DCD beïnvloeden een grote groep mensen, dus er zijn mensen met 'talenten' en er zijn mensen die 'langzaam' zijn. De meerderheid heeft een gemiddelde intelligentie, maar heeft een probleem om dit uit te drukken in taal of schrijven.

Handschrift
Problemen met de motoriek en de coördinatie = schrijfproblemen. Het handschrift kan slechter worden als het kind groter wordt, omdat het dan sneller gaat denken en dan sneller probeert te schrijven. Sommige oudere kinderen hebben de kunst van het schrijven overwonnen, maar hun handschrift is vaak klein of neigt naar krassen en wordt met veel energie geproduceerd. Alle inspanning gaat naar het schrijven, en de inhoud van het werk leidt hieronder. Velen hebben ook zwakke spieren, houden hun pen te stevig vast en dan kan schrijven pijnlijk zijn. Sommige leerkrachten hebben veel energie in schrijflessen gestoken, om vervolgens tot de conclusie te komen dat dit de situatie is verslechterd.

Geheugen
Het korte termijn geheugen functioneert niet zo goed.Ze vergeten wat ze 's morgens hebben gedaan. Het lange termijn geheugen is uitstekend, in het bijzonder voor triviale gebeurtenissen.

Toekomst
Er wordt gezegd dat kinderen over de problemen heen groeien, maar recent onderzoek toont aan dat dit niet zo is. Velen verbeteren naar mate ze groter groeien, leren strategieën om er mee om te gaan, leren vermijdingstechnieken of specifieke vaardigheden. Bijvoorbeeld het leren fietsen. Dit betekent niet dat de coördinatie is verbeterd, als een kind met Dyspraxie leert fietsen. Het heeft alleen één vaardigheid geleerd.

 

Autisme

Wat is een autistische stoornis? Iemand heeft een autistische stoornis als er sprake is van:

  • Een stoornis in het contact met andere mensen. Sommigen houden zich volledig afzijdig. Anderen zoeken juist te veel contact, maar het blijft een bizar éénrichtingsverkeer. Voor beide groepen blijven mensen onvoorspelbare wezens, die je niet echt kunt begrijpen of aanvoelen.
  • Een stoornis in communicatie en taalgebruik.
    Velen spreken niet of nauwelijks, anderen praten wel, maar op een eigenaardige manier (stemgeluid, woordkeus, veel herhalingen). Sommigen zijn misleidend welbespraakt doch ook voor hen blijft het vaak éénrichtingsverkeer. Allen kunnen hun gevoelens moeilijk onder woorden brengen. Ook het verstaan en hanteren van gebarentaal en mimiek schept voor hen problemen en verwarring.
  •  Een stoornis in het voorstellingsvermogen.
    Mensen met een autistische stoornis hebben moeite zich een juiste voorstelling te maken van iets wat niet aanwezig is, van wat er gaat komen of van wat er geweest is. Ze hebben steeds "plaatjes" of eenvoudige teksten nodig om het zich voor de geest te halen. Zij kunnen zich moeilijk ergens op voorbereiden of iets verwerken. Zij hebben geen fantasie of een teveel aan fantasie, waardoor ze meegesleept worden in vaak angstige gedachtespinsels.
  • Een opvallend beperkt gebied van belangstelling en activiteiten.
    Mensen met een autistische stoornis worden vaak slechts geboeid door één of twee voorwerpen, activiteiten of gedachten. Zij blijven hieraan kleven en kunnen in een eindeloos herhalen vervallen van b.v. open en dicht draaien van kranen, dezelfde muziek beluisteren, of het steeds maar praten over een bepaald onderwerp b.v. landkaarten of dinosaurussen.

Waaraan herkent men de autistische stoornis?

Mensen met een autistische stoornis herkent men vooral aan hun gedrag, omdat ze star en "vreemd" doen. Het is moeilijk om normaal contact met hen te krijgen. Een baby lacht meestal niet terug naar zijn moeder, ouderen kunnen zich slecht in iemand anders verplaatsen. Zij zijn vaak uiterst alleen. Meestal is het spelen met kinderen voor hen moeilijker dan de omgang met volwassenen. Indien zij kunnen praten is hun taalgebruik vaak eigenaardig en afwijkend. Mensen met autisme hebben iets eenzijdigs. Hun stemming kan snel wisselen. Zij kunnen slecht tegen veranderingen en hebben te kampen met angstreacties of woede-aanvallen over schijnbaar onnozele kleinigheden. Aan de andere kant kunnen zij juist heel vriendelijk en zuiver overkomen, achterklap of de draak met iemand steken is er voor hen niet bij. Autistische mensen hebben iets onbegrijpelijks en ongrijpbaars.

Hoe moet je omgaan met iemand die een autistische stoornis heeft?

Het is belangrijk te zorgen voor een duidelijke en niet ingewikkelde omgeving die hen met begrip, deskundigheid en geduld tegemoet komt. Noodzakelijk is een consequente aanpak, en een overzichtelijk dag- en weekpatroon, waarin letterlijk zichtbaar wordt gemaakt waar en wanneer de activiteiten plaatsvinden. Zij moeten de dingen één voor één aangeboden krijgen en één voor één uitvoeren. Dit alles geeft hen houvast in hun leven. Mensen met een autistische stoornis hebben extra persoonlijke aandacht nodig en zijn beter op hun plaats in kleine groepen. Zij kunnen slecht tegen kritiek en hebben veel waardering en sturing nodig. Echter, men dient goed op te letten dat anderen in de directe omgeving (b.v. gezinsleden) voldoende aan hun trekken komen. Voor nadere uitleg kan men bij de NVA informatiemateriaal aanvragen op velerlei gebied, bijvoorbeeld de brochure "Kwaliteitseisen", die een leidraad kan zijn in de hulpverlening aan mensen met een autistische stoornis.


 

JavaScript DHTML Drop Down Menu By Milonic
(c) JufSanne.com lesideeën voor het basisonderwijs, boekentips, versjes, traktatie-ideeën, werkbladen,
stempelkaarten, knutsels, lesidee per thema voor PABO studenten, leraren, juffen, meesters maar ook ouders en kinderen ...