Info voor ouders

 ● Pesten  ● Verdriet en rouw
 ● Beelddenken   Bedplassen
 ● Stotteren  ● ADHD
  Dyspraxie

Wat is pesten?

Plagen is onschuldig, pesten is gemeen. Veel kinderen gaan angstig naar school; zullen ze vandaag weer worden uitgescholden, geduwd en vernederd? Vaak vertellen kinderen niet aan hun leerkrachten en ouders dat ze worden gepest. Ook de kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, laten meestal niets van zich horen. Ouders en leerkrachten kunnen pesten tegengaan als ze zich daar voor willen inzetten.

Hoe pesten werkt

Bij pesten zijn drie rollen te onderscheiden. Er zijn kinderen die andere kinderen pesten, er zijn kinderen die gepest worden en er zijn kinderen die niet direct bij het pesten betrokken zijn. Kinderen beginnen met pesten om allerlei redenen. Het kan zijn dat ze indruk willen maken op andere kinderen, het kan ook zijn dat ze niet weten hoe ze op een positieve manier contact kunnen leggen. Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets dat leuk is om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg ongemakkelijk door het pesten. Het lukt haar of hem niet om terug te plagen, een grapje te maken of onverschillig te blijven. Het kind reageert angstig en gaat soms huilen.
Het pestende kind merkt dat het succes heeft en dat smaakt naar meer. Bewonderd door andere kinderen gaat zij of hij door met uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten versterkt het kind zijn of haar plaats in de klas of het vriendengroepje. Na een tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer te pesten zodra de gelegenheid zich voordoet.
Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor het gepeste kind. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te gaan, ziet de pester het nog steeds als een lolletje.
Ook kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, spelen een rol. Doordat zij de gepeste kinderen niet steunen of de pester stoppen, kunnen de pesters vrijelijk hun gang gaan. Vaak versterken zij het succes van de pestende kinderen door op een afstandje toe te kijken en te lachen om wat er gebeurt.

Pesten heeft veel te maken met de verhoudingen binnen een groep. Daarom is het niet eenvoudig om er een eind aan te maken. Als de leerkracht schelden verbiedt, zoeken de kinderen andere manieren en andere momenten om te pesten.
Aanpakken van het pestprobleem betekent meer dan verbieden alleen. Kinderen moeten leren om met elkaar om te gaan zonder de ander wezenlijk te kwetsen. Volwassenen (leerkrachten, begeleiders van clubs, ouders) kunnen hen daarbij helpen, bijvoorbeeld door samen met de kinderen oplossingen te zoeken en door duidelijke grenzen te trekken.

Voorkómen en bestrijden van pesten

Pesten is geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar. Toch is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen. Dat betekent dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen aankloppen bij de volwassenen om hen heen. Voor volwassenen betekent het, dat ze aandacht moeten hebben voor de signalen van de kinderen. Ze moeten luisteren naar wat de kinderen te vertellen hebben en daar over praten. Voor leerkrachten en begeleiders van groepen in de vrije tijd betekent het dat ze groepsgesprekken moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat die regels ook werken.
Het pestprobleem wordt lang niet altijd serieus aangepakt: ouders zeggen dat een kind maar van zich af moet bijten, leerkrachten hebben het te druk en de trainer vindt het zijn verantwoordelijkheid niet.  Als volwassenen alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer het slachtoffer omdat ze 'geklikt' hebben.  Daarom is het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken. Daarbij zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kan een begin maken met het oplossen van het pestprobleem.

 kijk voor meer informatie op www.pesten.net

Rouwverwerking bij kinderen.

 Bij het verlies van een dierbare is het een natuurlijke reaktie van ouders om hun kind de pijn te besparen die ze zelf voelen. Je wilt je kind beschermen tegen het verdriet en pijn. Maar als kinderen op een eerlijke manier verteld wordt wat er gebeurd is, kunnen ze de confrontatie met het verlies meestal goed aan. Ze laten net zoveel tot zich doordringen als ze zelf aan kunnen en zo beschermen ze zichzelf net zoveel als nodig is. Bescherming van buitenaf tegen de realiteit kan juist allerlei fantasieën aanwakkeren, die op hun beurt weer angsten en schuldgevoelens kunnen veroorzaken. Vertel het kind de waarheid, in bewoordingen die het kind kan begrijpen.
 
Verberg je verdriet niet. Door je als ouder niet terug te trekken met je verdriet, houd je kontakt met je kind dat nog niet helemaal begrijpt wat er aan de hand is. De verwarring bij het jonge kind zal minder worden als het stapsgewijs gaat begrijpen wat er aan de hand is en waarom zijn ouders zo van slag zijn. Meegenomen is dat je je kind leert dat gevoelens best ge-uit mogen worden.
 
Vertel geen halve waarheden of gemakkelijke oplossingen. Smoesjes zoals dat iemand heel lang slaapt of op reis is gegaan werken ook voor kleine kinderen heel verwarrend. Het is bedoeld als troost, maar werkt tegenovergesteld. Kinderen worden dan bang voor het slapen gaan, om op reis te gaan of om ziek te worden. Laat duidelijk het verschil blijken tussen slapen en dood zijn.
Verwacht niet dat ze de hele dag verdrietig zijn. Het verdriet van het verlies is zwaar. Kinderen gaan daarom gauw over tot de orde van de dag en spelen weer. Ook doseert het kind zo zelf hoeveel verdriet het kan toelaten. Vergelijk het maar met volwassenen die afleiding zoeken in hun werk, of het hele huis gaan schoonmaken.
  Vaak voelen kinderen zich schuldig omdat zij denken dat zij op een of andere manier iemands dood hebben veroorzaakt. Jonge kinderen geloven in magie en denken daarom al gauw dat een stille wens van hen heeft bijgedragen aan iemands dood. Begin er daarom zelf over dat het er niets aan doen, dat het niet zijn/haar schuld is.
 ●Geef je kind geen schuldgevoel als het bijvoorbeeld niet huilt en er niet over wil praten. Het kind voelt zich gewoon rot en laat dit hooguit in zijn gedrag zien. Wacht af totdat het kind zelf komt met vragen of gevoelens. Deze verwoorden, begrijpen en troost bieden werkt beter dan de gevoelens voor het kind te verklaren en aan hem uit te leggen waar ze vandaan komen. Ook willen helemaal niet horen dat het weer goed komt. Veel belangrijker voor het kind is de bevestiging dat het erg is wat hem is overkomen. Dan voel je je begrepen
 ●
(Veel!) meer informatie kan je vinden op www.rouw.nl

 

Stotteren
Ieder kind struikelt wel eens over zijn woorden. Tussen het tweede en vijfde jaar is de taalontwikkeling in volle gang. Toch kunnen sommige haperingen u als ouder ongerust maken.
 
Vaak is die ongerustheid terecht, want u voelt zelf goed aan wanneer er iets misloopt. Als u het zekere voor het onzekere wilt nemen kunt u onderstaande 'interactieve stottertest' maken.

Stotteren ontwikkelt zich vaak heel geleidelijk, en kan ook veranderlijk zijn. Soms lijkt het verdwenen; plotseling duikt het weer op. Misschien heeft ook uw kind moeilijkheden met spreken:
  • het herhaalt lettergrepen, woorden, zinsdelen;
  • het houdt klanken lang aan; het blokkeert

Uw kind kan zelf ook goed in de gaten hebben dat er iets niet in orde is met zijn spraak. Hierdoor loopt het kind het risico om allerlei verschijnselen te ontwikkelen, zoals met de ogen knipperen en duwen bij het praten.

Hulp zoeken is nooit te vroeg
Wanneer u ongerust, gespannen of geïrriteerd bent over het spreken van uw kind is het belangrijk om hulp te zoeken: hoe jong het ook is. Meestal bent u niet voor niets bezorgd. En hoe eerder u hulp inroept, hoe groter de kans is dat uw kind van het onvloeiend spreken af komt.
Als uw huisarts sussend zegt 'dat het allemaal wel vanzelf overgaat' maar u daarover niet gerust bent, moet u een stotterdeskundige inschakelen. Deze kan samen met u nagaan wat er precies aan de hand is en of er al dan niet hulp geboden is.

 

ADHD
 

Wat is ADHD?
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit.  Makkelijker te onthouden is misschien Alle Dagen Heel Druk. Maar: deze benaming klopt niet helemaal omdat niet iedereen met ADHD hyperactief of druk is!  In het Engels heeft men het vaak over ADD, dus zonder H, als men àlle ADHD bedoelt, dus met en zonder hyperactiviteit.

Als je ADHD hebt kun je van veel verschillende dingen last hebben. Een verdeling die gemaakt kan worden is de volgende:

Aandachtsproblemen
Hierbij is er sprake van vergeetachtigheid, moeite met details, je spullen kwijtraken, afgeleid raken door andere dingen, van alles tegelijk doen. Niet kunnen blijven luisteren, 'het ene oor in, het andere uit' valt hier ook onder. Maar ook komt hyperfocussen voor, het lijkt dan alsof men 'wel kan, als men maar wil'.

Iemand zei eens: een ADHD-kind wordt zijn hele leven gestraft als hij twee keer iets goed doet. Bedoeld wordt hiermee dat als het kind zich heel sterk ergens op richt, hyperfocust, een taak dan kan worden afgerond, en vaak nog goed ook. Dit zet de verwachting voor de volgende keren en dan kan het misschien wel niet lukken om te 'hyperfocussen'. Dan zegt de omgeving al snel: "Je kunt wel, maar je wilt niet, je bent lui!"

Impulsiviteit
Meteen dingen doen, niet eerst nadenken. Dingen 'eruit flappen', voor je beurt spreken (vaak ook omdat men bang is te vergeten wat men wil zeggen, zie ook de vergeetachtigheid), vreetbuien, snel relaties aangaan en weer verbreken, geld uitgeven zonder dat het nodig of vrantwoord is, voordringen zonder dat men er erg in heeft.

Hyperactiviteit
Altijd een gevoel van onrust in het lijf, niet stil kunnen zitten, steeds moeten opstaan en rondwandelen, steeds friemelen met de handen of met een voorwerp, tikken met de voeten, doorpraten alsof er geen rem is. Ellenlange verhalen afsteken waarbij de luisteraar de draad allang kwijt is. Gespannen zijn en blijven, moeilijk to rust komen. Vaak beweeglijk zijn in de slaap.

Tijdsbeleving

Ook wordt tijdsbeleving genoemd, al staat dit niet in de DSM-IV criteria.

Bij veel ADHD-ers is er namelijk een probleem met het inschatten van tijd. Je komt vaak te laat, schat de tijd die ergens voor nodig is altijd verkeerd in, altijd te kort. Alsof de klok in je hersenen niet goed loopt. ADHD-ers komen vaak te laat! Zelfs is er onderzoek gedaan of je dit verschijnsel zou kunnen gebruiken als een van de testen op ADHD.

Kijk voor meer informatie op www.adhd.nl

 

 

JavaScript DHTML Drop Down Menu By Milonic
(c) JufSanne.com lesideeën voor het basisonderwijs, boekentips, versjes, traktatie-ideeën, werkbladen,
stempelkaarten, knutsels, lesidee per thema voor PABO studenten, leraren, juffen, meesters maar ook ouders en kinderen ...