|
Wat is pesten?
Plagen
is onschuldig, pesten is gemeen. Veel kinderen gaan angstig naar
school; zullen ze vandaag weer worden uitgescholden, geduwd en
vernederd? Vaak vertellen kinderen niet aan hun leerkrachten en
ouders dat ze worden gepest. Ook de kinderen die niet direct bij
het pesten zijn betrokken, laten meestal niets van zich horen.
Ouders en leerkrachten kunnen pesten tegengaan als ze zich daar
voor willen inzetten.
Hoe pesten werkt
Bij pesten zijn drie rollen te onderscheiden. Er zijn
kinderen die andere kinderen pesten, er zijn kinderen die gepest
worden en er zijn kinderen die niet direct bij het pesten
betrokken zijn. Kinderen beginnen met pesten om allerlei redenen.
Het kan zijn dat ze indruk willen maken op andere kinderen, het
kan ook zijn dat ze niet weten hoe ze op een positieve manier
contact kunnen leggen. Pesten kan beginnen als een spelletje, als
iets dat leuk is om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg
ongemakkelijk door het pesten. Het lukt haar of hem niet om terug
te plagen, een grapje te maken of onverschillig te blijven. Het
kind reageert angstig en gaat soms huilen.
Het pestende kind merkt dat het succes heeft en dat smaakt naar
meer. Bewonderd door andere kinderen gaat zij of hij door met
uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten versterkt het
kind zijn of haar plaats in de klas of het vriendengroepje. Na een
tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer te pesten zodra
de gelegenheid zich voordoet.
Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe
afschuwelijk het pesten is voor het gepeste kind. Terwijl het
gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat
durft te gaan, ziet de pester het nog steeds als een lolletje.
Ook kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, spelen
een rol. Doordat zij de gepeste kinderen niet steunen of de pester
stoppen, kunnen de pesters vrijelijk hun gang gaan. Vaak
versterken zij het succes van de pestende kinderen door op een
afstandje toe te kijken en te lachen om wat er gebeurt.
Pesten heeft veel te maken met de verhoudingen binnen een groep.
Daarom is het niet eenvoudig om er een eind aan te maken. Als de
leerkracht schelden verbiedt, zoeken de kinderen andere manieren
en andere momenten om te pesten.
Aanpakken van het pestprobleem betekent meer dan verbieden alleen.
Kinderen moeten leren om met elkaar om te gaan zonder de ander
wezenlijk te kwetsen. Volwassenen (leerkrachten, begeleiders van
clubs, ouders) kunnen hen daarbij helpen, bijvoorbeeld door samen
met de kinderen oplossingen te zoeken en door duidelijke grenzen
te trekken.
Voorkómen en bestrijden
van pesten
Pesten is
geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar. Toch
is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen. Dat
betekent dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen
aankloppen bij de volwassenen om hen heen. Voor volwassenen
betekent het, dat ze aandacht moeten hebben voor de signalen van
de kinderen. Ze moeten luisteren naar wat de kinderen te vertellen
hebben en daar over praten. Voor leerkrachten en begeleiders van
groepen in de vrije tijd betekent het dat ze groepsgesprekken
moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat die regels
ook werken.
Het pestprobleem wordt lang niet altijd serieus aangepakt: ouders
zeggen dat een kind maar van zich af moet bijten, leerkrachten
hebben het te druk en de trainer vindt het zijn
verantwoordelijkheid niet. Als
volwassenen alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd
uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer het slachtoffer
omdat ze 'geklikt' hebben. Daarom is
het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken. Daarbij
zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kan een begin maken met
het oplossen van het pestprobleem.
kijk
voor meer informatie op
www.pesten.net
|
Rouwverwerking bij kinderen.
●
Bij het verlies van
een dierbare is het een natuurlijke reaktie van ouders om hun kind de
pijn te besparen die ze zelf voelen. Je wilt je kind beschermen tegen
het verdriet en pijn. Maar als kinderen op een eerlijke manier verteld
wordt wat er gebeurd is, kunnen ze de confrontatie met het verlies
meestal goed aan. Ze laten net zoveel tot zich doordringen als ze zelf
aan kunnen en zo beschermen ze zichzelf net zoveel als nodig is.
Bescherming van buitenaf tegen de realiteit kan juist allerlei
fantasieën aanwakkeren, die op hun beurt weer angsten en
schuldgevoelens kunnen veroorzaken. Vertel het kind de waarheid, in
bewoordingen die het kind kan begrijpen.
●
Verberg je verdriet niet. Door je
als ouder niet terug te trekken met je verdriet, houd je kontakt met
je kind dat nog niet helemaal begrijpt wat er aan de hand is. De
verwarring bij het jonge kind zal minder worden als het stapsgewijs
gaat begrijpen wat er aan de hand is en waarom zijn ouders zo van slag
zijn. Meegenomen is dat je je kind leert dat gevoelens best ge-uit
mogen worden.
●
Vertel geen halve
waarheden of gemakkelijke oplossingen. Smoesjes zoals dat iemand heel
lang slaapt of op reis is gegaan werken ook voor kleine kinderen heel
verwarrend. Het is bedoeld als troost, maar werkt tegenovergesteld.
Kinderen worden dan bang voor het slapen gaan, om op reis te gaan of
om ziek te worden. Laat duidelijk het verschil blijken tussen slapen
en dood zijn.
Verwacht niet dat ze de hele dag verdrietig zijn. Het verdriet van het
verlies is zwaar. Kinderen gaan daarom gauw over tot de orde van de
dag en spelen weer. Ook doseert het kind zo zelf hoeveel verdriet het
kan toelaten. Vergelijk het maar met volwassenen die afleiding zoeken
in hun werk, of het hele huis gaan schoonmaken.
●
Vaak
voelen kinderen zich schuldig omdat zij denken dat zij op een of
andere manier iemands dood hebben veroorzaakt. Jonge kinderen geloven
in magie en denken daarom al gauw dat een stille wens van hen heeft
bijgedragen aan iemands dood. Begin er daarom zelf over dat het er
niets aan doen, dat het niet zijn/haar schuld is.
●Geef
je kind geen schuldgevoel als het bijvoorbeeld niet huilt en er niet
over wil praten. Het kind voelt zich gewoon rot en laat dit hooguit in
zijn gedrag zien. Wacht af totdat het kind zelf komt met vragen of
gevoelens. Deze verwoorden, begrijpen en troost bieden werkt beter dan
de gevoelens voor het kind te verklaren en aan hem uit te leggen waar
ze vandaan komen. Ook willen helemaal niet horen dat het weer goed
komt. Veel belangrijker voor het kind is de bevestiging dat het erg is
wat hem is overkomen. Dan voel je je begrepen
● (Veel!) meer informatie kan je vinden op
www.rouw.nl
|
Stotteren
Ieder kind struikelt wel eens over zijn
woorden. Tussen het tweede en vijfde jaar is de
taalontwikkeling in volle gang. Toch kunnen sommige
haperingen u als ouder ongerust maken.
Vaak is die
ongerustheid terecht, want u voelt zelf goed aan wanneer
er iets misloopt. Als u het zekere voor het onzekere
wilt nemen kunt u onderstaande 'interactieve
stottertest' maken.
Stotteren ontwikkelt zich vaak heel geleidelijk, en kan
ook veranderlijk zijn. Soms lijkt het verdwenen;
plotseling duikt het weer op. Misschien heeft ook uw
kind moeilijkheden met spreken:
-
het herhaalt
lettergrepen, woorden, zinsdelen;
-
het houdt
klanken lang aan; het blokkeert
Uw kind kan zelf
ook goed in de gaten hebben dat er iets niet in orde is
met zijn spraak. Hierdoor loopt het kind het risico om
allerlei verschijnselen te ontwikkelen, zoals met de
ogen knipperen en duwen bij het praten.
Hulp zoeken is
nooit te vroeg
Wanneer u ongerust, gespannen of geïrriteerd bent over
het spreken van uw kind is het belangrijk om hulp te
zoeken: hoe jong het ook is. Meestal bent u niet voor
niets bezorgd. En hoe eerder u hulp inroept, hoe groter
de kans is dat uw kind van het onvloeiend spreken af
komt.
Als uw huisarts sussend zegt 'dat het allemaal wel
vanzelf overgaat' maar u daarover niet gerust bent, moet
u een stotterdeskundige inschakelen. Deze kan samen met
u nagaan wat er precies aan de hand is en of er al dan
niet hulp geboden is.
|
|
|
ADHD
|
Wat is ADHD?
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel
Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit. Makkelijker te
onthouden is misschien Alle Dagen Heel Druk. Maar: deze benaming klopt
niet helemaal omdat niet iedereen met ADHD hyperactief of druk is! In
het Engels heeft men het vaak over ADD, dus zonder H, als men àlle
ADHD bedoelt, dus met en zonder hyperactiviteit.
Als je ADHD hebt kun je van veel verschillende dingen last hebben. Een
verdeling die gemaakt kan worden is de volgende:
Aandachtsproblemen
Hierbij is er sprake van vergeetachtigheid, moeite met details, je
spullen kwijtraken, afgeleid raken door andere dingen, van alles
tegelijk doen. Niet kunnen blijven luisteren, 'het ene oor in, het
andere uit' valt hier ook onder. Maar ook komt hyperfocussen voor, het
lijkt dan alsof men 'wel kan, als men maar wil'.
Iemand zei eens: een ADHD-kind wordt zijn hele leven gestraft als hij
twee keer iets goed doet. Bedoeld wordt hiermee dat als het kind zich
heel sterk ergens op richt, hyperfocust, een taak dan kan worden
afgerond, en vaak nog goed ook. Dit zet de verwachting voor de
volgende keren en dan kan het misschien wel niet lukken om te
'hyperfocussen'. Dan zegt de omgeving al snel: "Je kunt wel, maar je
wilt niet, je bent lui!"
Impulsiviteit
Meteen dingen doen, niet eerst nadenken. Dingen 'eruit flappen', voor
je beurt spreken (vaak ook omdat men bang is te vergeten wat men wil
zeggen, zie ook de vergeetachtigheid), vreetbuien, snel relaties
aangaan en weer verbreken, geld uitgeven zonder dat het nodig of
vrantwoord is, voordringen zonder dat men er erg in heeft.
Hyperactiviteit
Altijd een gevoel van onrust in het lijf, niet stil kunnen zitten,
steeds moeten opstaan en rondwandelen, steeds friemelen met de handen
of met een voorwerp, tikken met de voeten, doorpraten alsof er geen
rem is. Ellenlange verhalen afsteken waarbij de luisteraar de draad
allang kwijt is. Gespannen zijn en blijven, moeilijk to rust komen.
Vaak beweeglijk zijn in de slaap.
Tijdsbeleving
Ook wordt tijdsbeleving genoemd, al staat dit niet in de DSM-IV
criteria.
Bij veel ADHD-ers is er namelijk een probleem met het inschatten van
tijd. Je komt vaak te laat, schat de tijd die ergens voor nodig is
altijd verkeerd in, altijd te kort. Alsof de klok in je hersenen niet
goed loopt. ADHD-ers komen vaak te laat! Zelfs is er onderzoek gedaan
of je dit verschijnsel zou kunnen gebruiken als een van de testen op
ADHD.
Kijk voor meer
informatie op
www.adhd.nl
|